Het numerieke toetsenblok werkt op dezelfde manier als het numerieke toetsenblok op een extern toetsenbord. Elke toets op het toetsenblok heeft meerdere functies. De getallen en symbolen op het toetsenblok zijn blauw gemarkeerd aan de rechterzijde van de toetsen van het toetsenblok. Als u een getal of symbool wilt typen, drukt u eerst op <Fn> en vervolgens op de gewenste toets, dit nadat u het toetsenblok hebt ingeschakeld.
Om het toetsenblok te activeren, drukt u op <Num Lk>. Het lampje
geeft aan dat het toetsenblok is geactiveerd.
Om het toetsenblok te deactiveren, drukt u opnieuw op <Num Lk>.
Toetsencombinaties
Systeemfuncties
<Ctrl><Shift><Esc>
Hiermee opent u het venster Taakbeheer.
Batterij
<Fn><F3>
Hiermee geeft u de Dell QuickSet-batterijmeter weer. Raadpleeg voor meer informatie over de batterijmeter Dell QuickSet-batterijmeter.
Cd- of dvd-lade
<Fn><F10>
Hiermee werpt u de lade uit het station (als Dell QuickSet is geïnstalleerd). Raadpleeg voor meer informatie over Dell Quickset Dell QuickSet-functies.
Weergavefuncties
<Fn><F8>
Hiermee geeft u een lijst met pictogrammen weer die alle beschikbare weergaveopties vertegenwoordigen (bijvoorbeeld alleen beeldscherm, alleen externe projector of monitor, zowel beeldscherm als projector, etc.). Selecteer het pictogram dat de gewenste status vertegenwoordigt om naar die optie over te schakelen.
<Fn> en de pijl-omhoogtoets
Vergroot de helderheid alleen op het geïntegreerde beeldscherm (niet op een externe monitor).
<Fn> en pijl-omlaagtoets
Verlaagt de helderheid alleen op het geïntegreerde beeldscherm (niet op een externe monitor).
Draadloze netwerken en functie voor draadloze Bluetooth®-technologie
<Fn><F2>
Hiermee schakelt u het draadloze netwerk en draadloze Bluetooth-technologie in.
Energiebeheer
<Fn><Esc>
Activeert een energiebeheermodus. U kunt deze sneltoets omprogrammeren zodat deze een andere energiebeheermodus activeert. Gebruik hiervoor het tabblad Geavanceerd in het venster Eigenschappen voor energiebeheer. Zie Energiebeheermodi.
<Fn><F1>
Hiermee zet u het systeem in de slaapstand (als Dell QuickSet is geïnstalleerd). Raadpleeg voor meer informatie Dell QuickSet-functies.
Luidsprekerfuncties
<Fn><Page Up>
Hiermee verhoogt u het volume van de geïntegreerde luidsprekers en de externe luidsprekers, indien aangesloten.
<Fn><Page Dn>
Hiermee verlaagt u het volume van de geïntegreerde luidsprekers en de externe luidsprekers, indien aangesloten.
<Fn><End>
Hiermee schakelt u de interne en externe luidsprekers (indien aangesloten) in en uit.
Functies in combinatie met de toets met het Microsoft® Windows®-logo
Toets met het Windows-logo en <m>
Hiermee minimaliseert u alle geopende vensters.
Toets met het Windows-logo en <Shift><m>
Brengt alle geminimaliseerde vensters terug naar hun normale staat. Deze opdracht functioneert als een schakelaar waarmee u alle geminimaliseerde vensters kunt herstellen na gebruik van de toetsencombinatie Windows-logotoets en <m>.
Toets met het Windows-logo en <e>
Hiermee voert u Windows Verkenner uit.
Toets met het Windows-logo en <r>
Hiermee opent u het dialoogvenster Uitvoeren.
Toets met het Windows-logo en <f>
Hiermee opent u het dialoogvenster Zoekresultaten.
Toets met het Windows-logo en <Ctrl><f>
Hiermee opent u het dialoogvenster Zoekresultaten-Computer (als de computer op een netwerk is aangesloten).
Toets met het Windows-logo en <Pause>
Hiermee opent u het dialoogvenster Systeemeigenschappen.
Als u de werking van het toetsenbord wilt aanpassen, zoals de herhaalsnelheid van tekens, opent u het Configuratiescherm en klikt u op Printers en andere hardware en klikt u vervolgens op Toetsenbord. Zie Windows Help en ondersteuning voor informatie over het Configuratiescherm. Zie Windows Help en ondersteuning voor informatie over het openen van Help en ondersteuning.
Touchpad
Het touchpad detecteert de druk en de beweging van uw vinger, zodat u de cursor op het beeldscherm kunt verplaatsen. U kunt het touchpad en de touchpad-knoppen op dezelfde manier gebruiken als u een muis zou gebruiken.
U verplaatst de cursor door uw vingers met een lichte aanraking over de touchpad te laten glijden.
Als u een object wilt selecteren, plaatst u de cursor op het object en tikt u een keer licht op het oppervlak van de touchpad of gebruikt u uw duim om op de linkerknop van de touchpad te drukken.
Om een object te verplaatsen of slepen, plaatst u de cursor op het object en tipt u twee keer het touchpad aan. Terwijl u het touchpad voor de tweede keer aantipt, moet u uw vinger op het touchpad laten rusten en het geselecteerde object verplaatsen door uw vinger over het oppervlak te bewegen.
Om een object te dubbelklikken, plaatst u de cursor op het object en tipt u twee keer het touchpad aan of drukt u twee maal met uw duim op de linkerknop van het touchpad.
De touchpad heeft aan de rechterkant en onderkant een strook die de mogelijkheid tot schuiven (scrollen) aangeeft. Schuiven is standaard ingeschakeld. U kunt deze functie uitschakelen door de muisfuncties te wijzigen in het Configuratiescherm.
OPMERKING: De schuifzones werken mogelijk niet bij alle toepassingen. Voor een juiste werking van de schuifzones moet de toepassing in kwestie gebruik maken van de schuiffunctie van het touchpad.
De touchpad aanpassen
U kunt het venster Muiseigenschappen gebruiken om de touchpad uit te schakelen of de
instellingen hiervan aan te passen. Open het Configuratiescherm, klik op Printers en andere hardware
en klik vervolgens op Muis. Zie Windows Help en ondersteuning voor informatie over het
Configuratiescherm. Zie Windows Help en ondersteuning voor informatie over het openen van Help
en ondersteuning.
Klik in het venster Eigenschappen voor muis op het tabblad Touchpad om de instellingen voor de
touchpad aan te passen.
Klik op OK om de instellingen op te slaan en het venster te sluiten.
*Offers subject to change. Taxes, shipping, handling and other fees apply. U.S. Dell Small Business new purchases only. LIMIT 5 DISCOUNTED OR PROMOTIONAL ITEMS PER CUSTOMER. LIMIT 5 VOSTRO OR INSPIRON UNITS PER CUSTOMER. Dell reserves right to cancel orders arising from pricing or other errors.