Manuals

Manuals
Verklarende woordenlijst: Dell XPS M1710 Gebruikershandleiding

Terug naar inhoudspagina

Verklarende woordenlijst

Dell™ XPS™ M1710 Gebruikershandleiding


De termen in deze woordenlijst worden alleen verstrekt ter informatie en kunnen al dan niet functies beschrijven die op uw specifieke computer van toepassing zijn.


A

AC alternating current (wisselstroom)— Het type elektriciteit dat uw computer van stroom voorziet wanneer u de netadapter aansluit op een stopcontact.

ACPI — Advanced Configuration and Power Interface — Een energiebeheerspecificatie die Microsoft® Windows®-besturingssystemen in staat stelt om een computer in standby-modus of een slaapstand te zetten om de hoeveelheid stroom te besparen die is toegewezen aan elk apparaat dat op de computer is aangesloten.

ADSL — Asymmetrical Digital Subscriber Line — Een technologie die een constante verbinding met hoge snelheid biedt via een analoge telefoonlijn.

AGP — Accelerated Graphics Port — Een speciaal daartoe aangewezen grafische poort die ervoor zorgt dat systeemgeheugen kan worden gebruikt voor grafisch gerelateerde taken. AGP kan een vloeiend grafisch beeld in ware kleuren bieden vanwege de snellere interface tussen de videobedrading en het computergeheugen.

alleen-lezen — Gegevens en/of bestanden die u kunt weergeven, maar niet bewerken of verwijderen. Een bestand kan het kenmerk alleen-lezen hebben als:

    • Het bestand is opgeslagen op een fysiek schrijfbeveiligde diskette, cd of dvd.
    • Het bestand zich bevindt in een map in een netwerk en de systeembeheerder alleen aan speciale personen rechten op het bestand heeft toegewezen.

ALS — Ambient Light Sensor oftewel omgevingslichtsensor.

antivirus-software — Een programma dat ten doel heeft om computervirussen te detecteren, in quarantaine te zetten en/of van de computer te verwijderen.

apparaat — Hardware zoals een diskettestation, printer of toetsenbord die wordt geïnstalleerd of aangesloten op de computer.

apparaatstuurprogramma — Zie stuurprogramma.

APR — Advanced Port Replicator — Een docking-apparaat dat u in staat stelt om op een eenvoudige wijze gebruik te maken van een externe monitor, een toetsenbord, een muis en andere apparaten in combinatie met uw draagbare computer.

ASF — Alert Standards Format — Een standaard voor het definiëren van een mechanisme voor de rapportage van hardware- en softwarewaarschuwingen aan een beheerconsole. ASF is ontwikkeld om besturingssysteem- en platformonafhankelijk te zijn.


B

back-up — Een kopie van een programma of gegevensbestand op een diskette, cd, dvd of een vaste schijf. Als voorzorgsmaatregelen moet u regelmatig een back-up maken van de gegevensbestanden op de vaste schijf.

batterij — Een heroplaadbare interne stroombron die wordt gebruikt om draagbare computers te bedienen die niet zijn aangesloten op een netadapter en een stopcontact.

batterijlevensduur — De periode, uitgedrukt in jaren, gedurende welke een batterij van een draagbare computer leeg kan raken en weer worden opgeladen.

BIOS — Basic Input/Output System — Een programma of hulpprogramma dat dient als een interface tussen de computerhardware en het besturingssysteem. U mag de BIOS-instellingen alleen wijzigen als u op de hoogte bent van het effect van deze instellingen op uw computer. Wordt ook wel het systeem-setup-programma genoemd.

bit — De kleinste gegevenseenheid die door de computer kan worden geïnterpreteerd.

Bluetooth®-technologie — Een draadloze technologiestandaard voor korte-afstands (9 m) netwerkapparaten die het mogelijk maakt dat Bluetooth-apparaten elkaar kunnen herkennen.

bps — Bits Per Second — De standaardeenheid voor het meten van de snelheid van gegevensoverdracht.

BTU — British Thermal Unit — Een meeteenheid voor warmteuitstoot.

bus — Een communicatiepad tussen de onderdelen binnen een computer.

bussnelheid — De snelheid, uitgedrukt in MHZ, die aangeeft met welke snelheid een bus gegevens kan overdragen.

byte — De basiseenheid die door uw computer wordt gehanteerd. Een byte komt meestal overeen met 8 bits.


C

C — Celsius — Een temperatuurmetingsschaal waarbij 0° overeenkomt met het vriespunt en 100° overeenkomt met het kookpunt van water.

cache — Een speciaal opslagmechanisme met hoge snelheid dat een speciaal gereserveerd onderdeel van het hoofdgeheugen kan zijn of een onafhankelijk opslagapparaat met hoge snelheid. Het cachegeheugen verbetert de efficiëntie van veel processorbewerkingen.

carnet — Een internationaal douanedocument dat de tijdelijke import naar andere landen vereenvoudigt. Ook welk bekend als een warenpaspoort.

Cd — compact disc — Een optisch type opslagmedia die doorgaans wordt gebruikt voor audio en software.

Cd-r — Cd Recordable — Een beschrijfbare versie van een cd. Gegevens kunnen slechts één maal op een cd-r-schijf worden opgeslagen. Eenmaal opgenomen kunnen de gegevens niet meer worden gewist of overschreven.

Cd-rw — Cd Rewritable — Een herschrijfbare versie van een cd. Gegevens kunnen naar een cd-rw-schijf worden weggeschreven en vervolgens worden gewist of overschreven.

Cd-rw-/dvd-station — Een station, soms aangeduid als combostation, dat in staat is om cd's en dvd's te lezen en gegevens naar cd-rw-schijven (herschrijfbare cd's) en cd-r-schijven (beschrijfbare cd's) te schrijven. U kunt verschillende malen gegevens naar cd-rw-schijven schrijven, maar u kunt slechts één keer gegevens naar een cd-r-schijf schrijven.

Cd-rw-station — Een station dat in staat is om cd's te lezen en gegevens naar cd-rw-schijven (herschrijfbare cd's) en cd-r-schijven (beschrijfbare cd's) te schrijven. U kunt verschillende malen gegevens naar cd-rw-schijven schrijven, maar u kunt slechts één keer gegevens naar een cd-r-schijf schrijven.

Cd-speler — De software die wordt gebruikt om cd's met muziek af te spelen. De cd-speler toont een venster met knoppen die u kunt gebruiken om een cd af te spelen.

Cd-station — Een station dat gebruikmaakt van optische technologie om gegevens van cd's te lezen.

COA — Certificate of Authenticity — De alfanumerieke Windows-code die op een sticker op uw computer wordt vermeld. Wordt ook wel de productsleutel of product-id genoemd.

Code voor express-service — Een numerieke code die zich op een sticker op uw Dell™ computer bevindt. Gebruik de code voor express-service als u contact met Dell opneemt voor ondersteuning. De expresse-service is in sommige landen mogelijk niet verkrijgbaar.

Configuratiescherm — Een Windows-hulpprogramma dat u in staat stelt om de instellingen van het besturingssysteem en de hardware te wijzigen, zoals bijvoorbeeld de beeldscherminstellingen.

controller — Een chip die de gegevensoverdracht tussen de processor en het geheugen of tussen de processor en apparaten regelt.

CRIMM — Continuity Rambus In-line Memory Module — Een speciale module die niet is uitgerust met geheugenchips en wordt gebruikt voor het opvullen van ongebruikte RIMM-sleuven.

cursor — Een markeringspunt op het beeldscherm dat aangeeft waar de volgende handeling van het toetsenbord, het touchpad of de muis zal plaatsvinden. Vaak heeft de cursor de vorm van een knipperende regel, een liggend streepje of een kleine pijl.


D

DDR SDRAM — Double-Data-Rate SDRAM — Een type SDRAM dat de gegevenssaldocyclus verdubbelt, waardoor de systeemprestatie wordt verbeterd.

DDR2 SDRAM — Double Data Rate 2 SDRAM —  Een type DDR SDRAM dat gebruikmaakt van een 4-bits prefetch en andere architectuurwijzigingen om de snelheid van het geheugen te vergroten tot een niveau boven de 400 MHz.

DIN-ingang — Een ronde, ingang met zes pinnen die voldoet aan de DIN (Deutsche Industrie-Norm)-standaarden. Dergelijke ingangen worden normaliter gebruikt om de stekkers van PS/2-toetsenborden of -muizen op aan te sluiten.

disk striping — Een techniek die wordt gebruikt om gegevens over meerdere schijven te verdelen. Disk striping kan processen versnellen waarbij gegevens vanuit een opslaggebied op de schijf worden opgehaald. Computers die gebruikmaken van disk striping stellen de gebruiker gewoonlijk in staat om de grootte van de gegevenseenheden of de stripe-breedte aan te geven.

DMA — Direct Memory Access — Een kanaal dat bepaalde typen gegevensoverdracht tussen het RAM-geheugen en een apparaat in staat stelt om de processor te omzeilen.

DMTF — Distributed Management Task Force — Een consortium van hardware- en softwarebedrijven die beheerstandaarden ontwikkelen voor gedistribueerde desktop-, netwerk-, internet- en zakelijke omgevingen.

docking-apparaat — Zie APR.

domein — Een groep van computers, programma's en apparaten op een netwerk die als één geheel worden beheerd, met gemeenschappelijke regels en procedures voor gebruik door een specifieke groep gebruikers. Een gebruiker meldt zich op het domein aan om toegang tot de bronnen op dat domein te verkrijgen.

DRAM — Dynamic Random Access Memory — Geheugen dat informatie opslaat in chips die condensators bevatten.

dual display mode — Een beeldscherminstelling die u in staat stelt om een tweede monitor te gebruiken als uitbreiding op uw beeldscherm. Ook wel aangeduid als extended display mode.

DVD — Digital Versatile Disc — Een schijf met een hoge opslagcapaciteit die vaak wordt gebruikt om films op te slaan. Dvd-stations zijn in staat om de meeste cd-schijven te lezen.

Dvd-r — DVD Recordable — Een beschrijfbare versie van een dvd. Gegevens kunnen slechts één maal naar een dvd-r worden geschreven. Eenmaal opgenomen kunnen de gegevens niet meer worden gewist of overschreven.

Dvd+rw — DVD Rewritable — Een herschrijfbare versie van een dvd. Gegevens kunnen naar een dvd+rw-schijf worden geschreven en vervolgens worden gewist of overschreven. (Dvd+rw-technologie verschilt van dvd-rw-technologie.)

Dvd+rw-station — station dat in staat is om dvd's en de meeste cd-schijven te lezen en naar dvd+rw(rewritable dvd)-schijven te schrijven.

Dvd-speler — De software die wordt gebruikt om dvd-films te bekijken. De dvd-speler toont een venster met knoppen die u kunt gebruiken om een film af te spelen.

Dvd-station — Een station dat gebruikmaakt van optische technologie om gegevens van dvd's en cd's te lezen.

DVI — Digital Video Interface — Een standaard voor digitale overdracht tussen een computer en een digitaal beeldscherm.


E

ECC — Error Checking and Correction — Een type geheugen dat is uitgerust met speciale schakelingen voor het testen van de nauwkeurigheid van gegevens terwijl deze zich in en uit het geheugen bewegen.

ECP — Extended Capabilities Port — Een parallelle ingang die verbeterde bidirectionele gegevensoverdracht biedt. Op een manier die vergelijkbaar is met EPP, maakt ECP gebruik van directe geheugentoegang om gegevens te overdragen, en verbetert daardoor vaak de prestatie.

EIDE — Enhanced Integrated Device Electronics — Een verbeterde versie van de IDE-interface voor vaste schijven en cd-stations.

EMI — Electro Magnetic Interference — Elektrische storing veroorzaakt als gevolg van elektromagnetische straling.

ENERGY STAR® — Environmental Protection Agency-richtlijnen op basis waarvan het algehele stroomverbruik wordt gereduceerd.

EPP — Enhanced Parallel Port — Een parallelle ingang die bidirectionele gegevensoverdracht biedt.

ESD — Electrostatic Discharge — Een snelle ontlading van statische elektriciteit. ESD kan chips beschadigen die in computer- en communicatieapparatuur wordt gebruikt.

ExpressCard — Een verwijderbare I/O-kaart die voldoet aan de PCMCIA-standaard. Modems en netwerkkaarten zijn vaak gebruikte typen ExpressCards. ExpressCards ondersteunen zowel de PCI Express- als USB 2.0-standaard.

extended display-modus — Een beeldscherminstelling die u in staat stelt om een tweede monitor te gebruiken als uitbreiding op het bestaande beeldscherm. Ook wel dual display-modus genoemd.

extended PC Card — Een pc-kaart die eenmaal aangebracht in de pc-kaartsleuf, uit sleuf uitsteekt.


F

Fahrenheit — Een temperatuurmetingsschaal waarbij 32° overeenkomt met het vriespunt en 212° met het kookpunt van water.

FCC — Federal Communications Commission — Een Amerikaanse overheidsinstelling die verantwoordelijk is voor het afdwingen van communicatierichtlijnen die aangeven hoeveel straling computers en andere elektronische apparatuur mogen uitzenden.

floppy — Een elektromagnetisch type opslagmedium. Ook wel floppy disk genoemd.

floppy-station — Een diskettestation dat floppy disks kan lezen en ernaar kan schrijven.

formatteren — Het proces dat een schijf of diskette gereed maakt voor de opslag van bestanden. Als een schijf of diskette wordt geformatteerd, zullen alle gegevens die daarop zijn opgeslagen, verloren gaan.

FSB — Front Side Bus — Het gegevenspad en de fysieke interface tussen de processor en het RAM-geheugen.

FTP — File Transfer Protocol — Een standaard internetprotocol dat wordt gebruikt om bestanden uit te wisselen tussen computers die met internet zijn verbonden.


G

G — gravity (zwaartekracht) — Een eenheid van gewicht en kracht.

GB — gigabyte — Een meeteenheid voor gegevensopslag die overeenkomt met 1.024 MB (1.073.741.824 bytes). Indien gebruikt als verwijzing naar opslagcapaciteit op de vaste schijf wordt de term vaak afgerond op 1.000.000.000 bytes.

geheugen — Een gebied binnen de computer dat wordt gebruikt voor tijdelijke gegevensopslag. Omdat de gegevens in het geheugen niet permanent van aard zijn, wordt u aanbevolen om tijdens het werken met bestanden de bestanden vaak op te slaan en altijd uw bestanden op te slaan voordat u de computer uitzet. De computer kan verschillende typen geheugen bevatten, zoals RAM-geheugen, ROM-geheugen en videogeheugen. Het wordt geheugen wordt vaak gebruikt als synoniem voor RAM-geheugen.

geheugenadres — Een specifieke locatie waarbinnen tijdelijk informatie in het RAM-geheugen wordt opgeslagen.

geheugenmodule — Een kleine printplaat die geheugenchips bevat en wordt aangesloten op het moederbord.

geheugentoewijzing — Het proces waarbij de computer tijdens het opstarten geheugencapaciteit toewijst aan fysieke locaties. Apparaten en software kunnen vervolgens informatie identificeren waarnaar de processor toegang heeft.

geïntegreerd — Deze term verwijst vaak naar onderdelen die zich fysiek op het moederbord van een computer bevinden. Ook wel aangeduid als ingebouwd.

GHz — gigahertz — Een meeteenheid voor frequenties die overeenkomt met duizend miljoen Hz, oftewel duizend MHz. De snelheden voor computerprocessors, -bussen en -interfaces worden vaak uitgedrukt in GHz.

grafische controller — De elektronica op een grafische kaart of op het moederbord (in computers met een geïntegreerde grafische controller) die —in combinatie met de monitor— grafische mogelijkheden biedt voor uw computer.

grafisch geheugen — Geheugen dat bestaat uit geheugenchips die aan grafische functies zijn toegewezen. Het grafisch geheugen is doorgaans sneller dan het systeemgeheugen. De hoeveelheid geïnstalleerde grafische geheugen is met name van invloed op het aantal kleuren dat een programma kan weergeven.

grafische modus — Een grafische modus die kan worden gedefinieerd als x horizontale pixels bij y verticale pixels bij z kleuren. Grafische modi zijn in staat om een onbeperkt scala aan vormen en lettertypen weer te geven.

grafische resolutie — Zie resolutie.

GUI — Graphical User Interface — Software die interactie met de gebruiker mogelijk door middel van menu's, vensters en pictogrammen. De meeste programma's die op Windows draaien zijn GUI's.


H

helpbestand — Een bestand dat beschrijvingen van, of instructies voor een product bevat. Sommige helpbestanden zijn geassocieerd met een bepaald programma, zoals Help in Microsoft Word. Andere helpbestanden fungeren als op zichzelf staande naslagbronnen. Helpbestanden hebben vaak de bestandsextensie .hlp of .chm.

HTML — HyperText Markup Language — Een reeks van codes die worden ingevoerd in een internetpagina voor weergave in een browser.

HTTP — HyperText Transfer Protocol — Een protocol voor het uitwisselen van bestanden tussen computers die met internet zijn verbonden.

Hz — hertz — Een eenheid om frequenties te meten en overeenkomt met 1 cyclus per seconde. Computers en elektronische apparatuur worden vaak gemeten in kilohertz (kHz), megahertz (MHz), gigahertz (GHz) of terahertz (THz).


I

IC — integrated circuit — Een halfgeleidende wafer of chip waarop duizenden of miljoenen uiterst kleine elektronische onderdelen worden geproduceerd voor gebruik in computer-, audio- en videoapparatuur.

IDE — Integrated Device Electronics — Een interface voor massaopslagapparaten waarbij de controller is geïntegreerd in de vaste schijf of het cd-station.

IEEE 1394 — Institute of Electrical and Electronics Engineers — Een hoogwaardige seriële bus die wordt gebruikt om met IEEE 1394-compatibele apparaten zoals digitale camera's en dvd-spelers op de computer aan te sluiten.

infraroodsensor — Een poort die u in staat stelt om gegevens over te dragen tussen de computer en met infrarood compatibele apparaten zonder het gebruik van een kabelverbinding.

I/O — input/output — Een bewerking of apparaat dat gegevens invoert en ophaalt op/van uw computer. Toetsenborden en printers zijn I/O-apparaten.

I/O-adres — Een adres in het RAM-geheugen dat betrekking heeft op een specifiek apparaat (zoals een seriële ingang, parallelle ingang of uitbreidingssleuf) en de processor in staat stelt om met dat apparaat te communiceren.

IrDA — Infrared Data Association — De organisatie die internationale standaarden ontwerpt voor communicatie op basis van infraroodtechnologie.

IRQ — Interupt request — Een elektronisch pad die aan een specifiek apparaat wordt toegewezen zodat het apparaat met de processor kan communiceren. Aan elke apparaatverbinding moet een IRQ worden toegewezen. Hoewel twee apparaten van dezelfde IRQ-toewijzing gebruik kunnen maken, is het niet mogelijk om beide apparaten tegelijk te gebruiken.

ISP — Internet Service Provider — Een bedrijf dat u toegang biedt tot haar hostserver om direct een internetverbinding te maken, e-mail te verzenden en ontvangen en websites te bezoeken. ISP's bieden normaliter tegen een bepaald tarief software, een gebruikersnaam en inbelnummers aan.


K

Kb — kilobit — Een gegevenseenheid die overeenkomt met 1024 bits. Een meeteenheid voor de capaciteit van geheugencircuits.

KB — kilobyte — Een gegevenseenheid die overeenkomt met 1.024 bytes maar vaak wordt aangeduid als 1000 bytes.

kennisgevingsgebied — Het gedeelte van de Windows-taakbalk dat pictogrammen bevat die snelle toegang bieden tot programma's en computerfuncties, zoals de klok, volumeregeling en printstatus. Ook wel aangeduid als systeembalk.

kHz — kilohertz — Een frequentiemeeteenheid die overeenkomt met 1.000 Hz.

kloksnelheid — De snelheid, uitgedrukt in MHz, die aangeeft met welke snelheid computeronderdelen die op de systeembus zijn aangesloten kunnen werken.

koelplaat — Een metalen plaat op sommige processors die helpt om hitte weg te voeren.


L

L1-cache — Primair cachegeheugen dat binnen de processor is opgeslagen.

L2-cache — Secundair cachegeheugen dat zich buiten de processor kan bevinden of in de processorarchitectuur liggen besloten.

LAN — Local Area Network — Een computernetwerk dat een klein gebied beslaat. Een LAN is normaliter beperkt tot een gebouw of een aantal gebouwen die zich dicht bij elkaar bevinden. Een LAN kan ongeacht de afstand met een ander LAN worden verbonden met behulp van telefoonlijnen en radiogolven. Op deze manier ontstaat een Wide Area Network (WAN).

LCD — Liquid Crystal Display — De technologie die wordt gebruikt in beeldschermen voor draagbare computers en flatscreens.

LED — Light Emitting Diode — Een elektronisch onderdeel dat licht uitstoot om de status van de computer aan te geven.

leesmij-bestand — Een tekstbestand dat bij een softwarepakket of een hardwareproduct wordt geleverd. Leesmij-bestanden bieden doorgaans installatieinformatie en beschrijvingen van nieuwe productverbeteringen of correcties die nog niet zijn gedocumenteerd.

lokale bus — Een gegevensbus die een snelle doorvoer biedt van apparaten naar de processor.

LPT — Line Print Terminal — De aanduiding voor een parallelle ingang van een printer of een ander parallel apparaat.


M

map — Een term die wordt gebruikt om ruimte op een schijf of station aan te duiden waar bestanden worden gegroepeerd en gerangschikt. Bestanden in een map kunnen op verschillende manieren worden weergegeven en geordend, zoals alfabetisch, op datum en op grootte.

Mb — megabit — Een meeteenheid voor de geheugenchipcapaciteit die overeenkomt met 1.024 Kb.

Mbps — megabits per second — Een miljoen bits per seconde. Deze meeteenheid wordt vaak gebruikt voor overdrachtssnelheden tussen netwerken en modems.

MB — megabyte — Een meeteenheid voor gegevensopslag die overeenkomt met 1.048.576 bytes. 1 MB komt overeen moet 1.024 KB. Wanneer de term wordt gebruikt om naar opslagcapaciteit op de vaste schijf te verwijzen, wordt 1 MB vaak afgerond op 1.000.000 bytes.

MB/sec — megabytes per second — Een miljoen bytes per seconde. Deze meeteenheid wordt vaak gebruikt om de gegevensoverdracht uit te drukken.

MHz — megahertz — Een frequentiemeeteenheid die overeenkomt met 1 miljoen cycli per seconde. De snelheden voor computerprocessoren, -bussen en -interfaces wordt vaak in MHz uitgedrukt.

modem — Een apparaat dat uw computer in staat stelt om met andere computers te communiceren via analoge telefoonlijnen. Er zijn drie verschillende typen modems: een externe modem, pc-kaartmodem en een interne modem. Normaliter gebruikt u uw modem voor het maken van een internetverbinding en het uitwisselen van e-mailberichten.

modulecompartiment — Een compartiment dat ondersteuning biedt voor apparaten zoals optische stations, een tweede batterij of een Dell TravelLite™-module.

monitor — Een televisieachtig apparaat met hoge resolutie dat computeroutput weergeeft.

ms — milliseconde — Een tijdseenheid die overeenkomt met een duizendste van een seconde. De toegangstijden voor opslagapparaten worden vaak uitgedrukt in ms.

muis — Een aanwijsapparaat waarmee de bewegingen van de cursors op het scherm wordt bediend. Normaliter rolt u de muis over een hard, vlak oppervlak om de muisaanwijzer of cursor op het scherm te bewegen.


N

netwerkadapter — Een chip die netwerkfuncties biedt. Het moederbord van een computer kan van een netwerkadapter zijn voorzien. Bij sommige computers bevindt de netwerkadapter zich op de pc-kaart. Een netwerkadapter wordt ook vaak aangeduid als een NIC (network interface controller).

NIC — Zie netwerkadapter.

ns — nanoseconde — Een tijdseenheid die overeenkomt met een miljardste van een seconde.

NVRAM — Non-Volatile Random Access Memory — Een type geheugen dat gegevens opslaat wanneer de computer uitstaat of niet langer is aangesloten op de externe stroomvoorziening. NVRAM wordt gebruikt om de configuratieinformatie van de computer te behouden, zoals de datum, tijd en andere systeemconfiguratieopties die u kunt instellen.


O

opstartbare cd — Een cd die u kunt gebruiken om uw computer mee op te starten. In het geval dat de vaste schijf is beschadigd of uw computer door een computervirus is getroffen, moet u ervoor zorgen dat u een opstartbare cd of diskette bij de hand hebt. De cd Drivers and Utilities (Stuur- en hulpprogramma's) of ResourceCD (Bron-cd) is cd waarmee u de computer kunt opstarten.

opstartbare diskette — Een cd die u kunt gebruiken om uw computer mee op te starten. In het geval dat de vaste schijf is beschadigd of uw computer door een computervirus is getroffen, moet u ervoor zorgen dat u een opstartbare cd of diskette bij de hand hebt.

opstartvolgorde — Geeft de volgorde aan van de apparaten, stations of schijven vanaf welke de computer probeert op te starten.

optisch station — Een station dat gebruikmaakt van optische technologie om gegevens te lezen van, of te schrijven naar cd's, dvd's of dvd+rw's. Voorbeelden van optische stations zijn cd-stations, dvd-stations, cd-rw-stations en gecombineerde cd-rw/dvd-stations.


P

parallelle ingang — Een I/O-poort die vaak wordt gebruikt om een parallelle printer op een computer aan te sluiten. Ook wel aangeduid als een LPT-poort.

partitie — Een fysiek opslaggebied op een vaste schijf dat wordt toegewezen aan een of meer logische opslaggebieden die worden aangeduid met de term logische stations. Elke partitie kan meerdere logische stations bevatten.

Pc-kaart — Een verwijderbare I/O-kaart die voldoet aan de PCMCIA-standaard. Modems en netwerkadapters zijn populaire typen pc-kaarten.

PCI — Peripheral Component Interconnect — PCI is een lokale bus die ondersteuning biedt voor 32 en 64 bits gegevenspaden, hetgeen een gegevenspad met hoge snelheid biedt tussen de processor en apparaten zoals grafische kaarten, schijven en netwerken.

PCI Express — Een wijziging van de PCI-interface die de snelheid van gegevensoverdracht tussen de processor en de apparaten die daaraan zijn gekoppeld, vergroot. PCI Express kan gegevens overdragen bij snelheden van 250 MB/sec tot 4 GB/sec. Als de PCI Express-chipset en het apparaat in staat zijn om verschillende snelheden te werken, zullen ze op de laagste van deze snelheden werken.

PCMCIA — Personal Computer Memory Card International Association — De organisatie die standaarden vaststelt voor pc-kaarten.

piekbeschermers — Bieden bescherming tegen pieken in de netspanning die kunnen optreden tijdens onweer en via het stopcontact de computer kunnen binnengaan. Piekbeschermers bieden geen bescherming tegen blikseminslag of korte spanningsvallen, die optreden wanneer de netstroom met meer dan 20 procent onder het normale niveau daalt.

Het is niet mogelijk om netwerkverbindingen te beschermen met piekbeschermers. Tijdens onweer moet u altijd de netwerkkabel uit het netwerkcontact halen.

PIN — Persoonlijk identificatienummer — Een reeks van getallen en/of letters die wordt gebruikt om computernetwerken en andere beveiligde systemen te beschermen tegen toegang door onbevoegde personen.

PIO — Programmed Input/Output — Een methode voor gegevensoverdracht tussen twee apparaten via de processor als onderdeel van het gegevenspad.

pixel — Een enkel punt op een beeldscherm. Pixels worden in rijen en kolommen gerangschikt zodat een beeld ontstaat. Grafische resoluties, zoals bijvoorbeeld 800 x 600, worden uitgedrukt als het aantal pixels van links naar rechts bi het aantal pixels van boven naar beneden.

Plug-and-Play — Het vermogen van een computer om automatisch apparaten te configureren. Plug and Play maakt automatische installatie, configuratie en compatibiliteit met bestaande hardware mogelijk, mits de BIOS, het besturingssysteem en alle apparaten voldoen aan de vereisten voor Plug and Play.

POST — Power On Self Test — Diagnostische programma dat automatisch door de BIOS wordt geladen en basiscontroles uitvoert voor de belangrijkste onderdelen van de computer, zoals het geheugen, vaste schijven en de grafische kaart. Als er geen problemen worden gedetecteerd tijdens de POST, zal de computer het opstartproces voortzetten.

processor — Een computerchip die programmaopdrachten interpreteert en uitvoert. Soms wordt de processor aangeduid met de term CPU (Central Processing Unit).

programma — Software die gegevens voor u verwerkt, zoals spreadsheets, tekstverwerkers, databaseprogramma's en computerspellen. programma — Software die gegevens voor u verwerkt, zoals spreadsheets, tekstverwerkers, databaseprogramma's en computerspellen. 

PS/2 — Personal System/2 — Een type ingang om een toetsenbord, muis of toetsenblok op aan te sluiten die met PS/2-technologie compatibel is.

PXE — Pre-boot EXecution Environment — Een WfM (Wired for Management)-standaard die het mogelijk maakt om computers die onderdeel uitmaken van een netwerk maar niet voorzien zijn van een besturingssysteem op afstand te configureren en op te starten.


R

RAID — Redundant Array of Independent Disks — Een methode die gegevensredundantie biedt. Veel voorkomende implementaties van RAID zijn onder meer RAID 0, RAID 1, RAID 5, RAID 10 en RAID 50.

RAM — Random Access Memory — Het primaire opslaggebied voor programmaopdrachten en -gegevens. Informatie die in het RAM-geheugen wordt opgeslagen zal verloren gaan wanneer u de computer uitzet.

reismodule — Een plastic apparaat dat binnen het modulecompartiment van een draagbare computer kan worden geplaatst om het gewicht van de computer te reduceren.

resolutie — De scherpte en helderheid van een beeld dat door een printer wordt geproduceerd of op een monitor wordt weergegeven. Hoe hoger de resolutie, hoe scherper het beeld.

RFI — Radio Frequency Interference — Storing die op typische radiofrequenties wordt gegenereerd, in het bereik van 10 kHz tot 100.000 MHz. Radiofrequenties bevinden zich op het laagste niveau van het elektromagnetisch frequentiespectrum en veroorzaken veel waarschijnlijker storing dan hogere frequenties zoals infrarood en licht.

ROM — Read Only Memory — Geheugen dat gegevens en programma's opslaat die niet kunnen worden verwijderd of waarnaar de computer niet kan schrijven. In tegenstelling tot het RAM-geheugen behoudt het ROM-geheugen de inhoud ervan nadat u de computer hebt uitgezet. Sommige programma's die onmisbaar zijn voor een goede werking van uw computer zijn in het ROM-geheugen opgeslagen.

RPM — Revolutions Per Minute — Het aantal omwentelingen dat per minuut optreedt. De snelheid van de vaste schijf wordt vaak gemeten in rpm.

RTC — Real Time Clock — Een batterijgevoede klok op het moederbord dat de datum en tijd behoudt nadat u de computer hebt uitgezet.

RTCRST — Real Time Clock Reset — Een jumper op het moederbord van sommige computers die vaak kan worden gebruikt om problemen op te lossen.


S

ScanDisk — Een hulpprogramma van Microsoft dat bestanden, mappen en het oppervlak van de vaste schijf op fouten controleert. ScanDisk wordt vaak uitgevoerd wanneer u de computer opnieuw start nadat deze gestopt is met reageren.

schrijfbeveiligd — Bestanden of media die niet kunnen worden gewijzigd. U moet gegevens van een schrijfbeveiliging voorzien wanneer u niet wilt dat deze worden gewijzigd of vernietigd. Om een diskette van een schrijfbeveiliging te voorzien moet u het schuifje voor de schrijfbeveiliging in de open stand schuiven.

SDRAM — Synchronous Dynamic Random Access Memory — Een type DRAM dat wordt gesynchroniseerd met de optimale kloksnelheid van de processor.

seriële ingang — Een I/O-poort die vaak wordt gebruikt om apparaten zoals digitale handheld-toestellen of digitale camera's op de computer aan te sluiten.

Serviceplaatje — Een streepjescodelabel op de computer dat uw computer identificeert wanneer u Dell Support bezoekt via support.dell.com of wanneer u telefonisch contact opneemt met de klantenservice of technische ondersteuning van Dell.

setup-programma — Een programma dat wordt gebruikt om hardware en software te installeren en configureren. Het programma setup.exe of install.exe wordt met de meeste Windows-software geleverd. Setup-programma's moeten niet worden verward met het system-setup-programma.

shutdown — Het proces van het sluiten van vensters en het afsluiten van programma's, het uitschakelen van het besturingssysteem en het uitzetten van de computer. Er kan gegevensverlies optreden als u de computer uitzet voordat het shutdown-proces is voltooid.

SIM — Subscriber Identity Module. Een SIM-kaart bevat een microchip die spraak- en gegevensoverdracht versleutelt. SIM-kaarten kunnen worden gebruikt in telefoons of draagbare computers.

slaapmodus — Een energiebesparingsmodus die alle items in het geheugen opslaat op een speciaal daartoe gereserveerde ruimte op de vaste schijf en vervolgens de computer uitzet. Als u de computer opnieuw start, zal de informatie uit het geheugen die op de vaste schijf werd opgeslagen automatisch worden hersteld.

smart card — Een kaart die is uitgerust met een processor en geheugenchip. Smart cards kunnen worden gebruikt om een gebruiker te authenticeren.

snelkoppeling — Een pictogram dat snelle toegang biedt tot vaak gebruikte programma's, bestanden, mappen en stations. Als u een snelkoppeling op het bureaublad van Windows plaatst en het pictogram dubbelklikt, opent u daarmee de/het overeenkomstige map, bestand of station zonder er eerst naar hoeven te zoeken. Snelkoppelingspictogrammen wijzigen de locatie van bestanden, mappen of stations niet. Als u een snelkoppeling verwijdert, zal dit geen invloed hebben op het oorspronkelijke bestand, map of station. Het is ook mogelijk om de naam van een snelkoppeling te wijzigen.

software — Alles wat elektronisch kan worden opgeslagen, zoals programma's of computerbestanden.

S/PDIF — Sony/Philips Digital Interface — Een formaat voor de overdracht van audiobestanden die het mogelijk maakt om audio van het ene naar het andere bestand over te dragen zonder het te converteren van en naar een analoog formaat, hetgeen de kwaliteit van het bestand nadelig zou kunnen beïnvloeden.

standby-modus — Een energiebeheermodus die alle niet benodigde computerbewerkingen stopzet om stroom te besparen.

Strike Zone™ — Verstevigd gebied van het vaste-schijfcompartiment dat de vaste schijf beschermt door te fungeren als een resonantiedemper wanneer een computer trillingen als gevolg van een schok ondervindt of valt (ongeacht of de computer aanstaat of uitstaat).

stuurprogramma — Software die het besturingssysteem in staat stelt om apparaten zoals een printer te bedienen. Veel apparaten zullen niet naar behoren kunnen werken als het juiste stuurprogramma niet op de computer is geïnstalleerd.

SVGA — Super Video Graphics Array— Een standaard voor grafische kaarten en controllers. Typische SVGA-resoluties zijn 800 x 600 en 1024 x 768.

Het aantal kleuren en de resolutie die een programma weergeeft hangt af van de mogelijkheden van de monitor, de grafische controller en de stuurprogramma's daarvan en de hoeveelheid grafisch geheugen die in de computer is geïnstalleerd.

S-video TV-out — Een ingang die wordt gebruikt om een televisie of een digitaal audioapparaat op de computer aan te sluiten.

SXGA — Super Extended Graphics Array — Een standaard voor grafische kaarten en controllers die ondersteuning biedt voor resoluties tot 1280 x 1024.

SXGA+ — Super Extended Graphics Array Plus — Een standaard voor grafische kaarten en controllers die ondersteuning biedt voor resoluties tot 1400 x 1050.

systeembalk — Zie kennisgevingsgebied.

systeembord — De hoofdbedradingsplaat in een computer. Ook wel het moederbord genoemd.

systeemsetup — Een hulpprogramma dat als interface dient tussen de hardware van de computer en het besturingssysteem. De systeemsetup stelt u ertoe in staat door de gebruiker selecteerbare opties te configureren in de BIOS, zoals de datum, de tijd of het systeemwachtwoord. U mag de instellingen voor dit programma uitsluitend wijzigen als u inzicht hebt in het effect van deze wijzigingen.


T

TAPI — Telephony Application Programming Interface — Stelt Windows-programma's in staat om een breed scala aan telefonieapparaten te bedienen, waaronder spraak-, gegevens-, fax- en grafische voorzieningen.

tekstverwerker — Een programma dat wordt gebruikt om bestanden te maken en bewerken die alleen tekst bevatten. Het Kladblok van Windows maakt bijvoorbeeld gebruik van een tekstverwerker. Tekstverwerkers bieden doorgaans geen woordomslag- of opmaakfunctionaliteit (de optie voor onderlijnen, het wijzigen van lettertypes etc).

toetsencombinatie — Een opdracht waarvoor meerdere toetsen tegelijkertijd moeten worden ingedrukt.


U

uitbreidingskaart — Een bedradingsplaat die wordt aangesloten op een uitbreidingssleuf waarmee het moederbord van sommige computers is uitgerust, met het doel om de functionaliteit en capaciteit van de computer uit te breiden. Voorbeelden zijn grafische kaarten, modem- en geluidskaarten.

uitbreidingssleuf — Een ingang op het moederbord (van sommige computers) waarop een uitbreidingskaart kan worden aangesloten, zodat deze met de systeembus wordt verbonden.

UMA — Unified Memory Allocation — Systeemgeheugen dat op dynamische wijze aan de grafische kaart wordt toegewezen.

UPS — Uninterruptible Power Supply — Een reservestroomvoorziening die wordt gebruikt in geval van een stroomstoring of wanneer de stroom onder een acceptabel niveau valt. Een UPS kan een computer voor een beperkte tijd van stroom voorzien wanneer er geen netstroom voorradig is. UPS-systemen bieden normaliter piekonderdrukking en spanningsregeling. Kleine UPS-systemen bieden gedurende een aantal minuten batterijstroom zodat u de computer kunt uitzetten.

USB — Universal Serial Bus — Een hardware-interface voor apparaten met een lage snelheid, zoals een voor USB geschikt toetsenbord, muis, joystick, scanner, speakerset, printer, breedbandapparaaten (ADSL- en kabelmodems), apparatuur voor het vastleggen van beelden en opslagapparaten. De apparaten worden rechtstreeks aangesloten op een 4-pins ingang op de computer of in een hub met meerdere poorten die op de computer is aangesloten. USB-apparaten kunnen worden aangesloten en ontkoppeld terwijl de computer aanstaat, en kunnen ook in serie worden geschakeld.

UTP — Unshielded Twisted Pair — Een type kabel dat in de meeste telefoonnetwerken en sommige computernetwerken wordt gebruikt. Paren van niet-afgeschermde draden worden in elkaar gedraaid om ze beschermen tegen elektromagnetische storing in plaats van een metalen omhulsel te gebruiken rond elk paar draden om deze tegen storing te beschermen.

UXGA — Ultra Extended Graphics Array — Een standaard voor grafische kaarten en controllers die ondersteuning biedt voor resoluties tot 1600 x 1200.


V

V — volt — Een meeteenheid voor elektrische lading of elektromotorische kracht. V — volt — Een meeteenheid voor elektrische lading of elektromotorische kracht. 

vaste schijf — Een station dat gegevens op een vaste schijf leest en naar de vaste schijf schrijft. De term vaste schijf en harde schijf worden vaak door elkaar gebruikt.

verniewingsfrequentie — De frequentie, uitgedrukt in Hz, waarop de horizontale lijnen op het beeldscherm opnieuw worden geladen (soms de verticale frequentie genoemd). Hoe hoger de vernieuwingsfrequentie, hoe minder het beeld voor het menselijk oog zal lijken te knipperen.

videomodus — Een modus die aangeeft hoeveel tekst en grafische beelden op een beeldscherm kunnen worden weergegeven. Op beelden gebaseerde software, zoals het besturingssysteem Windows, wordt weergegeven in grafische modi die kunnen worden gedefinieerd als x horizontale pixels bij y verticale pixels bij z kleuren. Op tekens gebaseerde software, zoals tekstverwerkers, wordt weergegeven in grafische modi die kunnen worden gedefinieerd als x kolommen bij y rijen tekens.

virus — Een programma dat is ontworpen om u overlast te bezorgen of om gegevens te vernietigen die op uw computer zijn opgeslagen. Een virusprogramma verplaatst zich van de ene computer op de andere via een geïnfecteerde diskette of schijf, software die van internet wordt gedownload of e-mailbijlagen. Als een geïnfecteerd programma wordt uitgevoerd, zal het ingebedde virus eveneens worden uitgevoerd.

Een veel voorkomend type virus is een bootvirus (opstartvirus), dat wordt opgeslagen in de opstartsector van een diskette. Als de diskette in het diskettestation achterblijft terwijl de computer wordt uitgezet en weer aangezet, zal de computer worden geïnfecteerd wanneer het de opstartsectoren van de diskette leest in de veronderstelling dat het om een diskette met een besturingssysteem gaat. Als de computer wordt geïnfecteerd, kan het bootvirus zichzelf naar alle diskettes schrijven die op die computer worden gebruikt, totdat het virus wordt vernietigd.


W

W — watt — De meeteenheid voor elektrische stroom. Eén W komt overeen met een stroomlading van 1 ampère die op een niveau van 1 volt verloopt.

wallpaper — Een achtergrondpatroon of een afbeelding op het bureaublad van Windows. U kunt de wallpaper wijzigen via het Configuratiescherm van Windows. Ook kunt u uw favoriete afbeelding inscannen en deze als wallpaper gebruiken.

werkduur van de batterij — De periode, uitgedrukt in minuten of uren, gedurende welke een batterij van een draagbare computer de computer van stroom kan voorzien.

WHr — wattuur— Een meeteenheid die vaak wordt gebruikt om een benadering van het batterijvermogen te geven. Een 66-WHr batterij kan bijvoorbeeld 66 W aan stroom bieden gedurende 1 uur of 33 W gedurende 2 uur.

WLAN — Wireless Local Area Network. Een reeks van samengekoppelde computers die met behulp van access points (toegangspunten) of draadloze routers via luchtgolven met elkaar communiceren om internettoegang te bieden.

WWAN — Wireless Wide Area Network. Een draadloos hoge-snelheidsnetwerk waarbij gebruik wordt gemaakt van mobiele telefoons en dat een veel groter geografisch gebied beslaat dan WLAN.

WXGA — Wide Aspect Extended Graphics Array — Een standaard voor grafische kaarten en controllers die ondersteuning biedt voor resoluties tot 1280 x 800.


X

XGA — eXtended Graphics Array — Een standaard voor grafische kaarten en controllers die ondersteuning biedt voor resoluties tot 1024 x 768.


Z

ZIF — Zero Insertion Force — Een type contact of ingang dat het mogelijk maakt om een computerchip te installeren of verwijderen zonder dat er kracht wordt uitgeoefend op de chip of het contact/de uitgang.

Zip — Een populair formaat voor gegevenscompressie. Bestanden die zijn gecomprimeerd in het Zip-formaat worden zip-bestanden genoemd en hebben meestal de bestandsuitgang .zip. Een speciaal type zip-bestand is het zelfuitpakkend bestand, dat de bestandsuitgang .exe heeft. U kunt zelfuitpakkende bestanden decomprimeren door erop te dubbelklikken.

Zip drive — Een schijf met hoge capaciteit die is ontwikkeld door Iomega Corporation en gebruikmaakt van 3,5 inch schijven genaamd Zip disks. Zip disks zijn iets groter dan reguliere diskettes en ongeveer twee keer zo dik. Ze bieden een gevevensopslagcapaciteit van maximaal 100 MB.


Terug naar inhoudspagina

 

Laptops | Desktops | Business Laptops | Business Desktops | Workstations | Servers | Storage | Services | Monitors | Printers | LCD TVs | Electronics
© 2012 Dell | About Dell | Terms & Conditions | Unresolved Issues | Privacy Statement | Ads and Emails | Dell Recycling | Contact | Site Map | Visit ID | Feedback

*Offers subject to change. Taxes, shipping, handling and other fees apply. U.S. Dell Small Business new purchases only. LIMIT 5 DISCOUNTED OR PROMOTIONAL ITEMS PER CUSTOMER. LIMIT 5 VOSTRO OR INSPIRON UNITS PER CUSTOMER. Dell reserves right to cancel orders arising from pricing or other errors.

snWEB8