Manuals

Manuals
Problemen oplossen: Dell XPS M1530 Eigenaarshandleiding

Terug naar inhoudsopgave

Problemen oplossen

Dell™ XPS™ M1530 Eigenaarshandleiding

  Technische updateservice van Dell

  Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)

  Dell Support Center

  Problemen met stations

  E-mail-, modem- en internetproblemen

  Foutberichten

  Problemen met de ExpressCard

  Problemen met IEEE 1394-apparaten

  Toetsenbordproblemen

  Vastlopen en softwareproblemen

  Problemen met geheugen

  Netwerkproblemen

  Voedingsproblemen

  Printerproblemen

  Scannerproblemen

  Problemen met geluid en luidsprekers

  Problemen met de afstandsbediening

  Problemen met de touchpad of met de muis

  Video- en beeldschermproblemen

  Stuurprogramma's

  Problemen met software en hardware onder het besturingssysteem Windows Vista® oplossen

  Het Microsoft® Windows Vista®-besturingssysteem herstellen



Technische updateservice van Dell

De technische updateservice van Dell geeft proactieve meldingen per e-mail van software- en hardware-updates voor uw computer. Deze service is gratis en de inhoud, indeling en frequentie van de meldingen kan worden aangepast.

U kunt zich aanmelden voor de technische updateservice van Dell door naar support.dell.com/technicalupdate te gaan.


Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.

Wanneer u Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) moet gebruiken

Als er zich een probleem voordoet met uw computer, moet u eerst de controles beschreven in Vastlopen en softwareproblemen doen en Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uitvoeren voordat u contact opneemt met Dell voor technische ondersteuning.

U wordt aangeraden om deze procedures af te drukken voordat u begint.

OPMERKING: Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) werkt alleen op Dell-computers.

Open het System Setup-programma, neem de configuratiegegevens van de computer door en zorg dat het apparaat dat u wilt testen, in het System Setup-programma wordt weergegeven en actief is (zie Het System Setup-programma gebruiken).

Start Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) vanaf uw vaste schijf of vanaf de Drivers and Utilities media (zie De Drivers and Utilities media).

Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) starten vanaf de vaste schijf

Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) bevindt zich op een verborgen partitie op de vaste schijf.

OPMERKING: Als uw computer geen beeld op het scherm kan weergeven, moet u contact opnemen met Dell (zie Contact opnemen met Dell).
OPMERKING: Als de computer is aangesloten op een dockingstation, koppelt u het dockingstation los. Raadpleeg de documentatie bij het dockingstation voor instructies voor het loskoppelen.
  1. Zorg dat de computer is aangesloten op een stopcontact en goed werkt.

  2. Schakel de computer in of start deze opnieuw op.

  3. Start Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) op een van de volgende twee manieren:

    1. Wanneer het DELL™-logo verschijnt, drukt u direct op <F12>. Selecteer Diagnostics in het opstartmenu en druk op <Enter>.

OPMERKING: Als u te lang wacht en het logo van het besturingssysteem wordt weergegeven, moet u blijven wachten tot het bureaublad van Microsoft® Windows® wordt weergegeven. Daarna sluit u de computer af en probeert u het opnieuw.
OPMERKING: Zorg dat de computer volledig is uitgeschakeld, voordat u optie B probeert.
    1. Houd de toets <Fn> ingedrukt terwijl u de computer aanzet.

OPMERKING: Als een bericht wordt weergegeven dat er geen partitie met een diagnostisch hulpprogramma is gevonden, voert u Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit vanaf de Drivers and Utilities media.

De computer voert een systeemanalyse uit: een reeks begintests van het moederbord, het toetsenbord, het computerscherm, het geheugen, de vaste schijf, etc.

    • Beantwoord tijdens de analyse eventuele vragen die worden gesteld.

    • Als er een fout wordt gedetecteerd, stopt de computer en wordt er een geluidssignaal afgeven. Wanneer u met de analyse wilt stoppen en de computer opnieuw wilt opstarten, drukt u op <n>; wilt u met de volgende test verdergaan, druk dan op <y>; wilt u het onderdeel waar een fout optrad, opnieuw testen, druk dan op <r>.

    • Als er een fout wordt gedetecteerd tijdens de systeemanalyse, moet u de foutcode(s) opschrijven en contact opnemen met Dell (zie Contact opnemen met Dell).

Als de systeemanalyse is voltooid, verschijnt het bericht Booting Dell Diagnostic Utility Partition. Press any key to continue (opstarten vanaf partitie met Dell Diagnostics; druk op een willekeurige toets om door te gaan).

  1. Druk op een toets om Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) te starten vanaf de partitie met het diagnostische hulpprogramma op de vaste schijf.

Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) starten vanaf de Drivers and Utilities media

  1. Plaats de Drivers and Utilities media.

  2. Zet de computer uit en start deze opnieuw op.

Wanneer het DELL-logo verschijnt, drukt u direct op <F12>.

OPMERKING: Als u te lang wacht en het logo van het besturingssysteem wordt weergegeven, moet u blijven wachten tot het bureaublad van Microsoft® Windows® wordt weergegeven. Daarna sluit u de computer af en probeert u het opnieuw.
OPMERKING: Met de volgende stappen wordt de opstartvolgorde eenmalig gewijzigd. De volgende keer zal de computer opstarten volgens de volgorde van apparaten die in System Setup is aangegeven.
OPMERKING: Soms gebeurt het dat het toetsenbord niet meer werkt nadat een van de toetsen heel lang achter elkaar wordt ingedrukt. U voorkomt dit door in gelijkmatige intervals op <F12> te drukken totdat het opstartapparaatmenu verschijnt.
  1. Maak in dit menu gebruik van de pijlen omhoog en omlaag om CD/DVD/CD- RW te selecteren en druk op <Enter>.

OPMERKING: De Quickboot-functie verandert alleen de opstartvolgorde van de huidige opstartsessie. Wanneer de computer opnieuw wordt opgestart, wordt de opstartvolgorde aangehouden die in het System Setup-programma is opgegeven.
  1. Selecteer de optie Boot from CD-ROM (Opstarten vanaf CD-ROM) in het menu dat verschijnt en druk op <Enter>.

  2. Typ 1 om het menu Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) te openen en druk op <Enter>.

  3. Selecteer Run the 32 Bit Dell Diagnostics (32-bits Dell-diagnostiek uitvoeren) in de genummerde lijst. Als er meerdere versies worden aangegeven, moet u de versie selecteren die op uw computer van toepassing is.

  4. Selecteer in het hoofdmenu van Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) de test die u wilt uitvoeren.

OPMERKING: Schrijf de foutcodes en de probleembeschrijvingen exact op en volg de instructies op het scherm.
  1. Nadat u alle testen hebt uitgevoerd, sluit u het testvenster om terug te keren naar het hoofdmenu van Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek).

  2. Verwijder de Drivers and Utilities media, sluit het venster met het hoofdmenu om Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) af te sluiten en start de computer opnieuw op.

Hoofdmenu Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)

Nadat Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) is geladen en het scherm met het hoofdmenu wordt weergegeven, klikt u op de knop voor de gewenste optie.

OPMERKING: Het is raadzaam om Test System (Systeem testen) te selecteren om een volledige test op de computer uit te voeren.

Optie

Functie 

Geheugen testen

Voer de zelfstandige geheugentest uit

Systeem testen

Voer de systeemdiagnose uit

Afsluiten

Sluit de diagnostiek af

Wanneer u de optie Test System (Systeem testen) hebt geselecteerd in het hoofdmenu, verschijnt het volgende menu.

OPMERKING: Het is raadzaam om Extended Test (Uitgebreide test) te selecteren in het menu om de apparaten in de computer grondiger te controleren.

Optie

Functie 

Express Test (Snelle test)

Hiermee wordt een snelle test uitgevoerd van systeemapparaten. De test neemt normaliter 10 tot 20 minuten in beslag en vereist geen interactie van uw kant. Als u de snelle test eerst uitvoert, vergroot u de kans om het probleem snel op te sporen.

Extended Test (Uitgebreide test)

Hiermee wordt een grondige controle van systeemapparaten uitgevoerd. De test neemt normaliter 1 uur of meer in beslag. Zo nu en dan zult u specifieke vragen moeten beantwoorden.

Custom Test (Aangepaste test)

Test een specifiek apparaat in het systeem en kan worden gebruikt om de testen aan te passen die u wilt uitvoeren.

Symptom Tree (Symptomen-structuur)

Geeft een overzicht van de problemen die vaak voorkomen en stelt u in staat om een test te selecteren op basis van de symptomen van het probleem dat u ondervindt.

Als er tijdens een test een probleem wordt gedetecteerd, wordt er een bericht weergegeven met de foutcode en een beschrijving van het probleem. Schrijf de foutcode en de probleembeschrijving exact op en volg de instructies op het scherm. Als u het probleem niet kunt oplossen, moet u contact opnemen met Dell (zie Contact opnemen met Dell).

OPMERKING: Het serviceplaatje voor de computer bevindt zich boven aan elk testvenster. Zorg dat u het servicelabel bij de hand hebt als u contact opneemt met Dell Support.

Onderstaande tabbladen bieden meer informatie over tests die via de optie Custom Test (Aangepaste test) of Symptom Tree (Symptomen-structuur) worden uitgevoerd:

Tabblad

Functie 

Results (Resultaten)

Hier worden de resultaten van de test weergegeven, samen met eventuele foutcondities die zijn aangetroffen.

Errors (Fouten)

Geeft de aangetroffen foutcondities weer en een beschrijving van het probleem.

Help

Hier wordt de test beschreven en worden eventuele vereisten voor het uitvoeren van de test vermeld.

Configuration (Configuratie)

Hier wordt de hardwareconfiguratie beschreven voor het geselecteerde apparaat.

Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) haalt configuratiegegevens op voor alle apparaten uit het System Setup-programma, het geheugen, verschillende interne tests en geeft de informatie weer in de apparatenlijst in het linkervenster van het scherm. Mogelijk worden in het apparaatoverzicht niet de namen van alle onderdelen weergegeven die zijn geïnstalleerd in of aangesloten op de computer.

Parameters

Hiermee kunt u de test aanpassen door de testinstellingen te wijzigen.


Dell Support Center

Dell Support Center helpt u bij het vinden van service- ondersteunings- en systeemspecifieke informatie. Klik op de tab Services op support.dell.com voor meer informatie over Dell Support Center en de beschikbare ondersteuningsfuncties.

Op systemen aangeschaft op 26 juni 2007 en daarna is Dell Support Center voorgeïnstalleerd.

Gebruikers van computers aangeschaft voor 26 juni 2007 kunnen Dell Support Center downloaden vanaf de pagina Services op support.dell.com.

Klik op het pictogram Dell Support Center op het bureaublad van de computer om de toepassing uit te voeren en toegang te krijgen tot de volgende functies:

  • Zelfhulpfuncties zoals Dell Support 3, Dell PC Tune-Up, Dell PC CheckUp en Network Assistant

  • DellConnect voor externe technische ondersteuning in real-time

  • Contactinformatie voor Dell-ondersteuning waaronder e-mail- en on line chatadressen, en telefoonnummers

  • Specifieke hulpbronnen voor uw computer vindt u onder Drivers & Downloads (stuurprogramma's en downloads), Upgrades en System Information (systeeminformatie)

Boven aan de startpagina van Dell Support Center vint u het modelnummer van uw computer samen met de code van het serviceplaatje, de code voor express-service en de vervaldatum van de garantie. Wanneer Dell toestemming krijgt de code van uw serviceplaatje te gebruiken, krijgt u aanvullende informatie over uw computer, zoals de beschikbare hoeveelheid geheugen, schijfruimte, geïnstalleerde hardware, netwerkadressen, modemspecificaties, geïnstalleerde beveiligingssoftware en nog veel meer. Naast de code van uw serviceplaatje te gebruiken, kan Dell u ook doorsturen naar de meest relevante webpagina's op www.dell.com voor informatie over uw garantie, het bestellen van accessoires en informatie over het installeren van aanbevolen stuurprogramma's en downloads.

Dell Support 3

Dell Support 3 is aangepast aan uw computeromgeving. Dit hulpprogramma biedt zelfhulpinformatie, software-updates en scans voor een gezonde computeromgeving. Met dit hulpprogramma kunt u het volgende doen:

  • Uw computeromgeving controleren.

  • De instellingen van de Dell Support 3 weergeven

  • Het Help-bestand voor Dell Support 3 openen

  • Veelgestelde vragen bekijken

  • Meer te weten komen over Dell Support 3

  • Dell Support 3 uitschakelen

Klik voor meer informatie over de Dell Support 3 op het vraagteken (?) boven aan het Dell Support-venster.

U opent Dell Support 3 als volgt:

  • Klik op het pictogram Dell Support 3 in het systeemvak op het Windows-bureaublad.

OPMERKING: De functies van het pictogram verschillen afhankelijk van of u erop klikt, dubbelklikt of er met de rechtermuisknop op klikt.

of

  • Klik op de knop Start in Microsoft® Windows Vista® ® Alle programma's® Dell Support 3® Dell Support Settings (Dell Support-instellingen). Zorg ervoor dat de optie Show icon on the taskbar (pictogram op taakbalk weergeven) is ingeschakeld.

OPMERKING: Als Dell Support 3 niet in het menu Start staat, moet u naar support.dell.com gaan en de software downloaden.

Dell PC Tune-Up

Met de automatische of maandelijkse versie van Dell PC Tune-Up kunt u de dag en het tijdstip van de maand kiezen waarop u de computer wilt laten optunen. Een standaard optuning omvat vaste-schijfdefragmentatie, het verwijderen van ongewenste en tijdelijke bestanden, het bijwerken van beveiligingsinstellingen, het controleren van "goede" herstelpunten en andere onderhoudstaken, allemaal ontworpen om de prestaties en beveiliging van de computer te verbeteren. De maandelijkse versie is op basis van een jaarabonnement verkrijgbaar en is een onderdeel van Dell Support 3, een aanvullende toepassing die real-time gezondheidsscans uitvoert en informatie geeft over het onderhouden van de pc (zie Dell Support Center).

Beide versies van PC Tune-Up zijn beschikbaar voor klanten in de V.S. en Canada. Zoek voor de nieuwste updates en voor informatie over hoe u de computer in topconditie houdt op het trefwoord PC TuneUp op support.dell.com.

Dell PC CheckUp

Dell PC Checkup is een probleemoplossings- en diagnostische functie voor aangepast scannen en het testen van uw Dell-computer. PC Checkup controleert of uw hardware goed werkt en verhelpt automatisch veelvoorkomende configuratieproblemen. U wordt aangeraden om PC Checkup regelmatig uit te voeren of voordat u contact met Dell opneemt voor hulp. De toepassing maakt een gedetailleerd rapport aan de hand waarvan een Dell-technicus uw probleem snel kan verhelpen.

Dell Network Assistant

Dell Network Assistant, speciaal ontworpen voor gebruikers van Dell™-computers, vergemakkelijkt het instellen en controleren van uw netwerk, en het opsporen en verhelpen van problemen met uw netwerk.

Dell Network Assistant biedt de volgende functies:

  • Informatie over de algehele instellingen, waarschuwingen en informatie over de apparaatstatus

  • Gemakkelijker apparaten in het netwerk bijhouden door de netwerkstatus visueel weer te geven

  • Proactief problemen oplossen en netwerkproblemen verhelpen

  • Zelfstudies, instellingswizards en FAQ's (veelgestelde vragen) voor een beter begrip van netwerkprincipes

U opent Dell Network Assistant als volgt:

  1. Klik op het pictogram Dell Support Center op het bureaublad van de computer.

  2. Klik op Self Help (zelfhulp)® Network/Internet (netwerk/internet)® Network Management (netwerkbeheer).

DellConnect

DellConnect is een eenvoudig on line toegangsprogramma waarmee een medewerker van de Dell-ondersteuningsdienst toegang kan krijgen tot uw computer via een internetverbinding, het probleem kan onderzoeken en op kan lossen. De Dell-medewerker werkt met uw toestemming onder uw toezicht en u kunt met hem of haar samenwerken om het probleem op te lossen.

Voor deze service moet u verbinding hebben met het internet en op uw Dell-computer moet nog garantie rusten. DellConnect is ook tegen betaling beschikbaar via "Dell On Call".

U start als volgt een live sessie met een Dell-medewerker:

  1. Klik op het pictogram Dell Support Center op het bureaublad van de computer.

  2. Klik op Assistance From Dell (hulp van Dell)® Technical Support (technische ondersteuning)® DellConnect® Phone (telefoon) en volg de instructies.


Problemen met stations

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.

Vul de Diagnostische checklist in terwijl u deze controles uitvoert.

Zorg ervoor dat Microsoft® Windows® het station herkent —

  • Klik op Start en daarna op Computer.

Als het station niet wordt vermeld, moet u een volledige scan uitvoeren met uw antivirussoftware om te controleren op virussen en deze te verwijderen. Virussen kunnen soms ervoor zorgen dat Windows het station niet herkent.

Test het station —

 

  • Plaats een andere diskette, cd, dvd of bd om de mogelijkheid uit te sluiten dat het oorspronkelijke medium defect is.

  • Plaats een opstartbare diskette en start de computer opnieuw op.

Maak het station of de schijf schoon —

Zie De computer reinigen.

Zorg ervoor dat de cd, dvd of bd op de spindel in de lade is vastgeklikt

Controleer de kabelaansluitingen

Voer de Probleemoplosser voor hardware uit —

Zie Problemen met software en hardware onder het besturingssysteem Windows Vista® oplossen.

Voer Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit —

Zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek).

Problemen met optische stations

OPMERKING: Trillingen bij optische stations met hoge snelheden zijn normaal en kunnen geluid produceren, wat niet in hoeft te houden dat het station of het medium defect is.
OPMERKING: Er worden in verschillende regio's wereldwijd verschillende schijfindelingen gebruikt. Daarom werken niet alle dvd-titels in alle dvd-stations.

Problemen met schrijven naar een optisch station

Sluit andere programma's —

Cd-rw-, dvd+/-rw- en bd-re-stations moeten tijdens het schrijven een continue stroom gegevens ontvangen. Als de stroom wordt onderbroken, treedt er een fout op. Probeer alle programma's te sluiten voordat u naar de schijf schrijft.

Schakel de slaapstand in Windows uit voordat u naar een cd/dvd/bd-schijf schrijft —

Zie De slaapstand gebruiken voor informatie over de slaapstand.

Kies een lagere schrijfsnelheid —

Zie de Help-bestanden van uw cd-, dvd- of bd-brandsoftware.

Het station maakt een vreemd schrapend of schurend geluid

  • Controleer of het geluid niet wordt veroorzaakt een het programma dat wordt uitgevoerd.

  • Controleer of de schijf goed is geplaatst.

Problemen met de vaste schijf

Laat de computer afkoelen voordat u deze weer aanzet —

Een hete vaste schijf kan ervoor zorgen dat het besturingssysteem niet start. Laat de computer afkoeken tot kamertemperatuur voordat u deze weer aanzet.

Voer Schijf controleren uit —  

  1. Klik op Start ® Computer.

  2. Klik met de rechtermuisknop op Lokaal station (C:).

  3. Klik op Eigenschappen® Extra® Nu controleren.

OPMERKING: Het venster Gebruikersaccountbeheer kan verschijnen. Als u een beheerder op de computer bent, klikt u op Doorgaan; anders neemt u contact op met de beheerder om de gewenste actie door te gaan.
  1. Klik op Beschadigde sectoren zoeken en repareren en klik op Start.


E-mail-, modem- en internetproblemen

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.
OPMERKING: De modem is een optionele functie op deze computer. Een externe modem is via Dell verkrijgbaar. De stappen in deze sectie zijn daarom alleen van toepassing als u een externe modem hebt aangeschaft.

Controleer de beveiligingsinstellingen van Microsoft Windows® Mail —

Als u geen e-mailbijlagen kunt openen:

  1. Klik in Windows® Mail op Extra® Opties® Beveiliging.

  2. Klik op Geen bijlagen toestaan om het vinkje te verwijderen.

Controleer de telefoonlijnaansluiting
Controleer de telefoonaansluiting
Sluit de modem rechtstreeks aan op de telefoonwandaansluiting

Gebruik een andere telefoonlijn

  • Controleer of de telefoonlijn is aangesloten op de aansluiting op de modem (naast de aansluiting bevindt zich een groen label of een pictogram in de vorm van een connector).

  • Zorg ervoor dat u een klik hoort wanneer u de telefoonlijnconnector in de modem steekt.

  • Ontkoppel de telefoonlijn van de modem en sluit deze op een telefoon aan. Luister vervolgens of er een kiestoon is.

  • Als er andere telefoonapparaten zijn die de lijn gebruiken, zoals een fax, overspanningsbeveiliging of een lijnsplitter, moet u deze omzeilen en de modem rechtstreeks op de telefoonwandaansluiting aansluiten. Als u een lijn gebruikt die 3 m of langer is, moet u een kortere lijn uitproberen.

Voer de Modem Helper-diagnose uit —

Klik op Start ® Programma's® Modem Diagnostic Tool® Modem Diagnostic Tool. Volg de instructies op het scherm om modemproblemen te identificeren en op te lossen (het diagnostische hulpprogramma voor modems is niet op alle computers beschikbaar).

Controleer of de modem communiceert met Windows —

 

  1. Klik op Start ® Configuratiescherm® Hardware en geluiden® Telefoon- en modemopties® Modems.

  2. Klik op de COM-poort voor uw modem® Eigenschappen® Diagnostische gegevens® Instellingen opvragen om te controleren of de modem communiceert met Windows.

Als alle opdrachten worden beantwoord, werkt de modem goed.

Controleer of u verbinding hebt met internet —

Controleer of u een abonnement hebt genomen bij een internetaanbieder. Open het e-mailprogramma Windows® Mail en klik op Bestand. Als er een vinkje staat naast Off line werken, moet u op het vinkje klikken om het te verwijderen en verbinding te maken met internet. Neem voor hulp contact op met uw internetserviceaanbieder.

Scan de computer op spyware —

Als uw computer zeer traag is, vaak last heeft van pop-upadvertenties of problemen met het opzetten van een internetverbinding, is uw computer mogelijk geïnfecteerd met spyware. Gebruik een virusscanner met bescherming tegen spyware (mogelijk is voor uw programma een upgrade nodig) om de computer te scannen en eventuele spyware te verwijderen. Ga voor meer informatie naar support.dell.com en zoek op het trefwoord spyware.


Foutberichten

Vul de Diagnostische checklist in terwijl u deze controles uitvoert.

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.

Als het foutbericht niet wordt vermeld, raadpleegt u de documentatie bij het besturingssysteem of het programma dat werd uitgevoerd toen het bericht verscheen.

Auxiliary device failure (fout in hulpapparaat) —

Er kan een fout zitten in de touchpad of de externe muis. Controleer bij een externe muis de kabelaansluiting. Schakel de optie Pointing Device (aanwijsapparaat) in het Systeem Setup-programma in (zie Het System Setup-programma gebruiken). Als het probleem aanhoudt, moet u contact opnemen met Dell (zie Contact opnemen met Dell).

Bad command or file name (onjuiste opdracht of bestandsnaam) —

Controleer of u de opdracht correct hebt gespeld, spaties op de juiste plaats hebt gezet en de correct padnaam hebt gebruikt.

Cache disabled due to failure (cache uitgeschakeld wegens fout) —

Er is een fout opgetreden in de primaire cache van de microprocessor. Neem contact op met Dell (zie Contact opnemen met Dell).

CD drive controller failure (fout in controller van cd-station) —

De vaste schijf reageert niet meer op opdrachten van de computer (zie Problemen met stations).

Data error (gegevensfout) —

De vaste schijf kan de gegevens niet lezen (zie Problemen met stations).

Decreasing available memory (afnemend beschikbaar geheugen) —

Een of meer geheugenmodules zijn defect of zitten niet goed vast. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig (zie Geheugen).

Disk C: failed initialization (initialisatie schijf C: mislukt) —

De vaste schijf kon niet worden geïnitialiseerd. Voer de vaste-schijftests in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)).

Drive not ready (station niet gereed) —

Er moet een vaste schijf in het compartiment zitten om verder te kunnen gaan. Monteer een vaste schijf in het vaste-schijfcompartiment (zie Vaste schijf).

Error reading PCMCIA card (fout bij lezen van PCMCIA-kaart) —

De computer herkent de ExpressCard niet. Steek de kaart opnieuw erin of probeer een andere kaart (zie ExpressCards gebruiken).

Extended memory size has changed (hoeveelheid uitgebreid geheugen is gewijzigd) —

De hoeveelheid geheugen opgenomen in NVRAM komt niet overeen met de hoeveelheid geheugen die in de computer is geïnstalleerd. Start de computer opnieuw op. Als de fout opnieuw optreedt, moet u contact opnemen met Dell (zie Contact opnemen met Dell).

The file being copied is too large for the destination drive (het bestand dat wordt gekopieerd, is te groot voor het doelstation) —

Het bestand dat u wilt kopiëren, is te groot om op de schijf te passen of de schijf is vol. Probeer het bestand naar een andere schijf te kopiëren of gebruik een schijf met een grotere capaciteit.

A filename cannot contain any of the following characters (de volgende tekens mogen niet voorkomen in een bestandsnaam): \ / : * ? " < > | —

Gebruik deze tekens niet in bestandsnamen.

Gate A20 failure (fout in gate A20) —

Mogelijk zit er een geheugenmodule los. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig (zie Geheugen).

General failure (algemene fout) —

Het besturingssysteem kan de opdracht niet uitvoeren. Dit bericht wordt gewoonlijk gevolgd door specifieke informatie, bijvoorbeeld, Papier is op. Voer de juiste actie uit.

Hard-disk drive configuration error (configuratiefout vaste-schijfstation) —

De computer herkent het stationstype niet. Schakel de computer uit, verwijder de vaste schijf (zie Vaste schijf) en start de computer op vanaf een cd. Schakel daarna de computer weer uit, plaats de vaste schijf terug en start de computer opnieuw op. Voer de vaste-schijftests in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)).

Hard-disk drive controller failure 0 (fout in controller vaste-schijfstation 0) —

De vaste schijf reageert niet meer op opdrachten van de computer. Schakel de computer uit, verwijder de vaste schijf (zie Vaste schijf) en start de computer op vanaf een cd. Schakel daarna de computer weer uit, plaats de vaste schijf terug en start de computer opnieuw op. Als het probleem aanhoudt, probeert u een ander station. Voer de vaste-schijftests in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)).

Hard-disk drive failure (storing in vaste-schijfstation) —

De vaste schijf reageert niet meer op opdrachten van de computer. Schakel de computer uit, verwijder de vaste schijf (zie Vaste schijf) en start de computer op vanaf een cd. Schakel daarna de computer weer uit, plaats de vaste schijf terug en start de computer opnieuw op. Als het probleem aanhoudt, probeert u een ander station. Voer de vaste-schijftests in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)).

Hard-disk drive read failure (fout bij lezen van vaste-schijfstation) —

Mogelijk is de vaste schijf defect. Schakel de computer uit, verwijder de vaste schijf (zie Vaste schijf) en start de computer op vanaf een cd. Schakel daarna de computer weer uit, plaats de vaste schijf terug en start de computer opnieuw op. Als het probleem aanhoudt, probeert u een ander station. Voer de vaste-schijftests in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)).

Insert bootable media (plaats een opstartbaar medium) —

Het besturingssysteem probeert op te starten vanaf een niet-opstartbaar medium, zoals een diskette of cd. Insert bootable media (plaats een opstartbaar medium).

Invalid configuration information-please run System Setup Program (ongeldige configuratiegegevens - voer het System Setup-programma uit) —

De systeemconfiguratiegegevens komen niet overeen met de hardwareconfiguratie. De grootste kans dat dit bericht wordt weergegeven, is na het plaatsen van een geheugenmodule. Corrigeer de van toepassing zijnde opties in het System Setup-programma (zie Het System Setup-programma gebruiken).

Keyboard clock line failure (fout in kloklijn toetsenbord) —

Controleer bij een extern toetsenbord de kabelaansluiting. Voer de Keyboard Controller-test uit in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)).

Keyboard controller failure (fout in keyboardcontroller) —

Controleer bij een extern toetsenbord de kabelaansluiting. Start de computer opnieuw op en raak tijdens het opstarten het toetsenbord en de muis niet aan. Voer de Keyboard Controller-test uit in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)).

Keyboard date line failure (fout in datalijn toetsenbord) —

Controleer bij een extern toetsenbord de kabelaansluiting. Voer de Keyboard Controller-test uit in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)).

Keyboard stuck key failure (toetsenbordtoets zit vast) —

Controleer bij een extern toetsenbord of -blok de kabelaansluiting. Start de computer opnieuw op en raak tijdens het opstarten het toetsenbord en de toetsen niet aan. Voer de Stuck Key-test uit in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)).

Licensed content is not accessible in Dell MediaDirect (gelicentieerde inhoud is niet toegankelijk in Dell MediaDirect) —

Dell MediaDirect™ kan de DRM-beperkingen (Digital Rights Management) op het bestand niet controleren en kan het daarom niet afspelen (zie Problemen met Dell MediaDirect).

Memory address line failure at address, read value expecting value (adreslijnfout geheugen in adres, gelezen waarde verwacht waarde) —

Mogelijk is er een geheugenmodule die defect is of niet goed vastzit. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig (zie Geheugen).

Memory allocation error (geheugentoewijzingsfout) —

Er is een conflict tussen de software die u wilt uitvoeren en het besturingssysteem of een ander programma of hulpprogramma. Schakel de computer uit, wacht 30 seconden en start hem opnieuw op. Probeer het programma opnieuw uit te voeren. Als het foutbericht nog steeds wordt weergegeven, moet u de documentatie bij de software raadplegen.

Memory data line failure at address, read value expecting value (datalijnfout geheugen in adres, gelezen waarde verwacht waarde) —

Mogelijk is er een geheugenmodule die defect is of niet goed vastzit. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig (zie Geheugen).

Memory double word logic failure at address, read value expecting value (dubbelwoordlogicafout geheugen in adres, gelezen waarde verwacht waarde) —

Mogelijk is er een geheugenmodule die defect is of niet goed vastzit. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig (zie Geheugen).

Memory odd/even word logic failure at address, read value expecting value (oneven/even-logicafout geheugen in adres, gelezen waarde verwacht waarde) —

Mogelijk is er een geheugenmodule die defect is of niet goed vastzit. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig (zie Geheugen).

Memory write/read failure at address, read value expecting value (lees/schrijffout geheugen in adres, gelezen waarde verwacht waarde) —

Mogelijk is er een geheugenmodule die defect is of niet goed vastzit. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig (zie Geheugen).

No boot device available (geen opstartapparaat beschikbaar) —

De computer kan de vaste schijf niet vinden. Als de vaste schijf uw opstartapparaat is, moet u controleren of deze is gemonteerd, goed vastzit en als opstartapparaat is gepartitioneerd.

No boot sector on hard drive (geen opstartsector op vaste schijf) —

Mogelijk is het besturingssysteem beschadigd. Neem contact op met Dell (zie Contact opnemen met Dell).

No timer tick interrupt (geen timertikonderbreking) —

Mogelijk werkt een chip op de systeemkaart niet goed. Voer de System Set-tests in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)).

Not enough memory or resources. Exit some programs and try again (onvoldoende geheugen of bronnen; sluit een aantal programma's af en probeer het opnieuw) —

Er zijn te veel programma's geopend. Sluit alle vensters en open het programma dat u wilt gebruiken.

Operating system not found (besturingssysteem niet gevonden) —

Monteer de vaste schijf opnieuw (zie Vaste schijf). Als het probleem aanhoudt, moet u contact opnemen met Dell (zie Contact opnemen met Dell).

Optional ROM bad checksum (onjuiste controlesom optionele ROM) —

Er zit een fout in de optionele ROM. Neem contact op met Dell (zie Contact opnemen met Dell).

A required .DLL file was not found (een vereist .DLL-bestand is niet gevonden) —

Het programma dat u wilt openen, mist een essentieel bestand. Verwijder het programma en installeer het opnieuw.

  1. Klik op Start ® Configuratiescherm® Programma's® Programma's en onderdelen.

  2. Selecteer het programma dat u wilt verwijderen.

  3. Klik op Wijzigen/Verwijderen.

  4. Raadpleeg de documentatie bij het programma voor installatie-instructies.

Sector not found (sector niet gevonden) —

Het besturingssysteem kan geen sector op de vaste schijf vinden. Mogelijk is er een defecte sector of beschadigde FAT op de vaste schijf. Voer het Windows-hulpprogramma voor foutcontrole uit om de bestandsstructuur op de vaste schijf te controleren. Open Help en ondersteuning (klik hiervoor op Start ® Help en ondersteuning) voor instructies. Als een groot aantal sectoren defect zijn, maakt u (indien mogelijk) een back-up van de gegevens en formatteert u de vaste schijf opnieuw.

Seek error (zoekfout) —

Het besturingssysteem kan een bepaald spoor op de vaste schijf niet vinden

Afsluitfout —

Mogelijk werkt een chip op de systeemkaart niet goed. Voer de System Set-tests in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)).

Time-of-day clock lost power (dagtijdklok heeft geen voeding meer) —

Er zijn systeemconfiguratie-instellingen beschadigd. Sluit de computer aan op een stopcontact om de batterij op te laden. Als het probleem aanhoudt, moet u proberen de gegevens de herstellen door het System Setup-programma te openen. Sluit het programma daarna direct af (zie Het System Setup-programma gebruiken). Als het bericht opnieuw verschijnt, moet u contact opnemen met Dell (zie Contact opnemen met Dell).

Time-of-day clock stopped (dagtijdklok is gestopt) —

Mogelijk moet de reservebatterij die de systeemconfiguratie-instellingen ondersteunt, worden opgeladen. Sluit de computer aan op een stopcontact om de batterij op te laden. Als het probleem aanhoudt, moet u contact opnemen met Dell (zie Contact opnemen met Dell).

Time-of-day not set - please run the system setup program (dagtijd is niet ingesteld; voer het System Setup-programma uit) —

De in het System Setup-programma ingestelde tijd of datum komt niet overeen met die van de systeemklok. Corrigeer de instellingen voor de opties Datum en Tijd (zie Het System Setup-programma gebruiken).

Timer chip counter 2 failed (fout in timerchipteller 2) —

Mogelijk werkt een chip op de systeemkaart niet goed. Voer de System Set-tests in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)).

Unexpected interrupt in protected mode (onverwachte onderbreking in veilige modus) —

Mogelijk werkt de toetsenbordcontroller niet goed of zit er een geheugenmodule los. Voer de System Memory-tests en de Keyboard Controller-test uit in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)).

x:\ is not accessible. The device is not ready (x:\ is niet toegankelijk. Het apparaat is niet gereed) —

Plaats een schijf in het station en probeer het opnieuw.

Warning: Battery is critically low (waarschuwing: batterij is bijna leeg) —

De batterij is bijna leeg. Plaats een volle batterij of sluit de computer op een stopcontact aan. Activeer anders de sluimerstand of schakel de computer uit.


Problemen met de ExpressCard

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.

Controleer de ExpressCard —

Zorg ervoor dat de ExpressCard goed in de connector is gestoken.

Controleer of Windows de kaart herkent —

Dubbelklik op het pictogram Hardware veilig verwijderen op de Windows-taakbalk. Sommige kaarten ondersteunen deze functie niet. Als de kaart deze Windows-functie ondersteunt, wordt de kaart in de lijst geplaatst.

Als er problemen zijn met een ExpressCard die door Dell is geleverd —

Neem contact op met Dell (zie Contact opnemen met Dell). Zie bij ExpressCards voor mobiel breedband (WWAN) ook Mobiel breedband (Wireless Wide Area Network [WWAN]).

Als er problemen zijn met een ExpressCard die niet door Dell is geleverd —

Neem contact op met de fabrikant van de ExpressCard.


Problemen met IEEE 1394-apparaten

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.
OPMERKING: Deze computer ondersteunt alleen de IEEE 1394a-standaard.

Controleer of de kabel voor het IEEE 1394-appraat correct op het apparaat en de connector op de computer is aangesloten

Controleer of het IEEE 1394-apparaat in System Setup is ingeschakeld —

 Zie Het System Setup-scherm weergeven.

Controleer of Windows het IEEE 1394-apparaat herkent —

  1. Klik op Start ® Configuratiescherm® Hardware en geluiden® Apparaatbeheer.

OPMERKING: Het venster Gebruikersaccountbeheer kan verschijnen. Als u een beheerder op de computer bent, klikt u op Doorgaan; anders neemt u contact op met de beheerder om de gewenste actie door te gaan.

Als uw IEEE 1394-apparaat wordt vermeld, herkent Windows het apparaat.

Als er problemen zijn met een IEEE 1394-apparaat dat door Dell is geleverd — Neem contact op met Dell of de fabrikant van het IEEE 1394 apparaat (zie Contact opnemen met Dell).

Als er problemen zijn met een IEEE 1394-apparaat dat niet door Dell is geleverd — Neem contact op met Dell of de fabrikant van het IEEE 1394-apparaat (zie Contact opnemen met Dell).

Zorg ervoor dat het IEEE 1394-apparaat goed in de connector is gestoken.


Toetsenbordproblemen

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.

Vul de Diagnostische checklist in terwijl u deze controles uitvoert.

OPMERKING: Gebruik het geïntegreerde toetsenbord wanneer u Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) of het System Setup-programma gebruikt. Wanneer u een extern toetsenbord aansluit, blijft het geïntegreerde toetsenbord volledig werken.

Problemen met extern toetsenbord

OPMERKING: Wanneer u een extern toetsenbord aansluit, blijft het geïntegreerde toetsenbord volledig werken.

Controleer de toetsenbordkabel —

Schakel de computer uit, ontkoppel de toetsenbordkabel, controleer deze op beschadigingen en sluit de kabel daarna goed aan.

Als u een toetsenbordverlengkabel gebruikt, moet u deze ontkoppelen en het toetsenbord rechtstreeks op de computer aansluiten.

Controleer het externe toetsenbord —

  1. Schakel de computer uit, wacht 1 minuut en schakel hem weer in.

  2. Controleer of de lampjes van de cijfers, hoofdletters en de scroll lock knipperen tijdens het opstarten.

  3. Klik op het Windows-bureaublad op Start ® Alle programma's® Bureau-accessoires® Kladblok.

  4. Typ een paar tekens met het externe toetsenbord en controleer of ze op het scherm worden weergegeven.

Als u deze stappen niet kunt controleren, is uw externe toetsenbord mogelijk defect.

Als u wilt controleren of het probleem aan het externe toetsenbord ligt, moet u het geïntegreerde toetsenbord controleren —

  1. Sluit de computer af.

  2. Maak het externe toetsenbord los.

  3. Schakel de computer in.

  4. Klik op het Windows-bureaublad op Start ® Alle programma's® Bureau-accessoires® Kladblok.

  5. Typ een paar tekens met het geïntegreerde toetsenbord en controleer of ze op het scherm worden weergegeven.

Als de tekens nu wel worden weergegeven, wat niet het geval was bij het externe toetsenbord, is mogelijk uw externe toetsenbord defect. Neem contact op met Dell (zie Contact opnemen met Dell).

Voer de diagnostische tests voor het toetsenbord uit —

Voer de PC-AT Compatible Keyboards-tests in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)). Als uit de tests blijkt dat het externe toetsenbord defect is, moet u contact opnemen met Dell (zie Contact opnemen met Dell).

Onverwachte tekens

Schakel het numerieke toetsenblok uit —

Druk op <Num Lk> om het numerieke toetsenblok uit te schakelen als er cijfers in plaats van letters worden weergegeven. Controleer of het lampje van de cijfers niet brandt.


Vastlopen en softwareproblemen

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.

De computer start niet op

Controleer de netadapter —

Controleer of de netadapter goed is aangesloten op de computer en het stopcontact.

De computer reageert niet meer

KENNISGEVING: U loopt het risico gegevens te verliezen als u het besturingssysteem niet afsluit.

Schakel de computer uit —

Als u geen reactie krijgt door op een toets op het toetsenbord te drukken of de muis te bewegen, moet u de aan/uit-knop minstens 8-10 seconden ingedrukt houden totdat de computer uitgaat. Start de computer vervolgens opnieuw op.

Een programma reageert niet meer of blijft crashen

Beëindig het programma —

  1. Druk tegelijkertijd op <Ctrl><Shift><Esc>.

  2. Klik op de tab Toepassingen en selecteer het programma dat niet meer reageert.

  3. Klik op Taak beëindigen.

OPMERKING: Mogelijk wordt het programma chkdsk uitgevoerd wanneer u de computer opnieuw opstart. Volg de instructies op het scherm.

Raadpleeg de softwaredocumentatie —

 Indien nodig maakt u de installatie van het programma ongedaan en installeert u het opnieuw. Bij software worden normaliter installatie-instructies geleverd in de vorm van een installatiehandleiding of op een diskette of cd.

Er is een programma dat is ontwikkeld voor een eerdere versie van het Microsoft® Windows®-besturingssysteem 

Voer de wizard Programmacompatibiliteit uit —

Programmacompatibiliteit is een modus in Windows waarmee u programma's kunt uitvoeren die voor oudere versies van Windows zijn geschreven. Zoek op de trefwoorden de wizard programmacompatibiliteit in Windows Help en ondersteuning voor meer informatie.

Er verschijnt een blauw scherm

Schakel de computer uit —

Als u geen reactie krijgt door op een toets op het toetsenbord te drukken of de muis te bewegen, moet u de aan/uit-knop minstens 8–10 seconden ingedrukt houden totdat de computer uitgaat. Start de computer vervolgens opnieuw op.

Problemen met Dell MediaDirect

Controleer het Help-bestand van Dell MediaDirect voor informatie —

Gebruik het menu Help om de Help-functie van Dell MediaDirect te openen.

Om films met Dell MediaDirect af te kunnen spelen moet u een dvd-station en de Dell-dvd-speler hebben —

Als u een dvd-station bij uw computer hebt gekocht, moet deze software al zijn geïnstalleerd.

Problemen met videokwaliteit —

Schakel de optie Hardwareversnelling gebruiken uit. Deze functie maakt gebruik van de speciale verwerking in bepaalde grafische kaarten om de belasting van de processor te reduceren bij het afspelen van dvd's en bepaalde typen videobestanden.

Sommige mediabestanden kunnen niet worden afgespeeld —

Omdat Dell MediaDirect toegang biedt tot mediabestanden buiten de Windows-besturingssysteemomgeving, is de toegang tot gelicentieerde inhoud beperkt. Gelicentieerde inhoud is digitale inhoud waarop Digital Rights Management (DRM) is toegepast. De Dell MediaDirect-omgeving kan DRM-beperkingen niet controleren, zodat gelicentieerde bestanden niet kunnen worden afgespeeld. Naast gelicentieerde muziek- en videobestanden staat een slotpictogram. U kunt wel toegang krijgen tot gelicentieerde bestanden in de Windows-besturingssysteemomgeving.

De kleurinstellingen aanpassen voor films die scènes bevatten die te donker of te licht zijn —

Klik op EagleVision om een videoverbeteringstechniek te gebruiken die video-inhoud detecteert en dynamisch de helderheid, het contrast en de verzadiging aanpast.

KENNISGEVING: Het is niet mogelijk de functie Dell MediaDirect opnieuw te installeren als u de vaste schijf vrijwillig opnieuw formatteert. Neem contact op met Dell voor hulp (zie Contact opnemen met Dell).

Andere softwareproblemen

Raadpleeg de softwaredocumentatie of neem contact op met de softwarefabrikant voor informatie over probleemoplossing —

  • Ga na of het programma compatibel is met het besturingssysteem dat op de computer is geïnstalleerd.

  • Controleer of de computer voldoet aan de minimale hardwarevereisten voor de software. Raadpleeg de softwaredocumentatie voor informatie.

  • Controleer of het programma op juiste wijze is geïnstalleerd en geconfigureerd.

  • Controleer of de stuurprogramma's voor het apparaat niet met het programma conflicteren.

  • Indien nodig maakt u de installatie van het programma ongedaan en installeer u het opnieuw.

Maak direct een reservekopie van uw bestanden

Gebruik een virusscanner om de vaste schijf, diskettes of cd's te scannen

Bewaar en sluit alle geopende bestanden of programma's en sluit de computer af via het menu Start

Scan de computer op spyware —

Als uw computer zeer traag is, vaak last heeft van pop-upadvertenties of problemen met het opzetten van een internetverbinding, is uw computer mogelijk geïnfecteerd met spyware. Gebruik een virusscanner met bescherming tegen spyware (mogelijk is voor uw programma een upgrade nodig) om de computer te scannen en eventuele spyware te verwijderen. Ga voor meer informatie naar support.dell.com en zoek op het trefwoord spyware.

Voer Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit —

Als alle tests met succes zijn afgewerkt, is de foutmelding het gevolg van een softwareprobleem (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)).


Problemen met geheugen

Vul de Diagnostische checklist in terwijl u deze controles uitvoert.

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.

Als er een bericht verschijnt dat aangeeft dat er onvoldoende geheugen is —  

  • Bewaar en sluit alle geopende bestanden of programma's die u niet gebruikt om erachter te komen of daarmee het probleem is opgelost.

  • Raadpleeg de documentatie bij de software voor de minimale geheugeneisen. Plaats indien nodig extra geheugen (zie Geheugen).

  • Druk de geheugenmodules stevig vast om ervoor te zorgen dat de computer ermee kan communiceren (zie Geheugen).

  • Voer Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)).

Als er andere problemen met het geheugen zijn —

  • Druk de geheugenmodules stevig vast om ervoor te zorgen dat de computer ermee kan communiceren (zie Geheugen).

  • Zorg ervoor dat u de richtlijnen voor het plaatsen van geheugenmodules volgt (zie Geheugen).

  • Voer Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit (zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)).


Netwerkproblemen

Vul de Diagnostische checklist in terwijl u deze controles uitvoert.

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.

Controleer de netwerkkabelconnector —

Controleer of de netwerkkabel stevig in de netwerkconnector aan de achterkant van de computer en de netwerkaansluiting is gestoken.

Controleer de netwerklampjes op de netwerkconnector —

Als er geen lampje brandt, betekent dit dat er geen netwerkcommunicatie is. Vervang de netwerkkabel.

Start de computer opnieuw op en meldt u weer aan bij het netwerk

Controleer uw netwerkinstellingen —

Neem contact op met de netwerkbeheerder of degene die uw netwerk heeft ingesteld om te controleren dat de netwerkinstellingen correct zijn en dat het netwerk functioneert.

Mobiel breedband (Wireless Wide Area Network [WWAN])

OPMERKING: De gebruikshandleiding van de Dell Mobile Broadband Card Utility (Dell-hulpprogramma voor mobiele breedbandkaarten) en die van de ExpressCard voor mobiel breedband vindt u via Help en ondersteuning van Windows (klik op Start ® Help en ondersteuning). U kunt de Dell Mobile Broadband Card Utility (Dell-hulpprogramma voor mobiele breedbandkaarten) ook downloaden vanaf support.dell.com.
OPMERKING: In het systeemvak verschijnt het -pictogram als er op de computer een Dell WWAN-apparaat is geïnstalleerd. Dubbelklik op het pictogram om het hulpprogramma te starten.

Activeer de ExpressCard voor mobiel breedband —

U kunt pas verbinding maken met het netwerk wanneer u de ExpressCard voor mobiel breedband hebt geactiveerd. Plaats de muis op het pictogram in het systeemvak om de status van de verbinding te controleren. Als de kaart niet is geactiveerd, volgt u de instructies voor het activeren ervan in de Dell Mobile Broadband Card Utility (Dell-hulpprogramma voor mobiele breedbandkaarten). U opent het hulpprogramma door te dubbelklikken op het pictogram in de rechterhoek van de taakbalk. Als uw ExpressCard niet van Dell is, raadpleegt u de instructies van de fabrikant van uw kaart.

Controleer de netwerkverbindingsstatus in de Dell Mobile Broadband Card Utility (Dell-hulpprogramma voor mobiele breedbandkaarten) —

Dubbelklik op het pictogram om de Dell Mobile Broadband Card Utility (Dell-hulpprogramma voor mobiele breedbandkaarten) te openen. Controleer de status in het hoofdvenster:

  • No card detected (geen kaart gevonden) — Start de computer opnieuw op en open de Dell Mobile Broadband Card Utility (Dell-hulpprogramma voor mobiele breedbandkaarten) opnieuw.

  • Check your WWAN service (controleer uw WWAN-service) — Neem contact op met uw draadloze serviceaanbieder.


Voedingsproblemen

Vul de Diagnostische checklist in terwijl u deze controles uitvoert.

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.

Controleer het aan/uit-lampje —

Wanneer het aan/uit-lampje brandt of knippert, heeft de computer voeding. Als het aan/uit-lampje knippert, staat de computer in de slaapstand-druk op de voedingsknop om de slaapstand uit te schakelen. Als het lampje uit is, moet u op de aan/uit-knop drukken om de computer aan te zetten.

OPMERKING: Zie De slaapstand gebruiken voor meer informatie over de slaapstand.

Laad de batterij op —

Mogelijk is de batterij leeg.

  1. Plaats de batterij terug.

  2. Gebruik de netadapter om de computer aan te sluiten op een stopcontact.

  3. Schakel de computer in.

OPMERKING: De werkingsduur van de batterij (de tijd gedurende welke de batterij stroom kan leveren) neemt met de tijd af. Afhankelijk van de frequentie waarmee de batterij wordt gebruikt en de gebruiksomstandigheden kan het zijn dat u tijdens de levensduur van de computer een nieuwe batterij moet aanschaffen.

Controleer het batterijstatuslampje —

Als het batterijstatuslampje oranje knippert of continu oranje is, is de batterij bijna of helemaal leeg. Steek de stekker van de computer in het stopcontact.

Als het batterijlampje afwisselend blauw en oranje wordt, is de batterij te heet om opgeladen te kunnen worden. Schakel de computer uit, haal de stekker van de computer uit het stopcontact en laat de batterij en de computer afkoelen tot kamertemperatuur.

Als het batterijstatuslampje snel oranje knippert, is de batterij mogelijk defect. Neem contact op met Dell (zie Contact opnemen met Dell).

Controleer de temperatuur van de batterij —

Als de temperatuur van de batterij lager is dan 0°C, start de computer niet op.

Test het stopcontact —

Controleer of er stroom uit het stopcontact komt, door er een ander apparaat, zoals een lamp, op aan te sluiten.

Controleer de netadapter —

Controleer de aansluitingen van de netadapterkabel. Als er een lampje op de netadapter zit, moet u controleren of dat brandt.

Steek de stekker van de computer rechtstreeks in het stopcontact —

Omzeil voedingsbeschermingsapparaten, contactdozen en verlengkabels om te controleren of de computer aangaat.

Hef mogelijke interferentie op —

Schakel ventilatoren, tl-lampen, halogeenlampen en andere apparaten in de buurt uit.

De voedingseigenschappen aanpassen —

Zie De energiebeheerinstellingen configureren.

Plaats de geheugenmodules opnieuw —

Als het aan/uit-lampje van de computer gaat branden, maar het scherm leeg blijft, plaats dan de geheugenmodules opnieuw (zie Geheugen).


Printerproblemen

Vul de Diagnostische checklist in terwijl u deze controles uitvoert.

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.
OPMERKING: Als u technische ondersteuning voor uw printer nodig hebt, moet u contact opnemen met de printerfabrikant.

Raadpleeg de documentatie bij de printer —

Raadpleeg de documentatie bij de printer voor installatie- en probleemoplossingsinformatie.

Controleer of de printer is ingeschakeld

Controleer de printerkabelaansluitingen —

  • Raadpleeg de documentatie bij de printer voor informatie over kabelaansluitingen.

  • Controleer of de printerkabels goed zijn aangesloten op de printer en de computer.

Test het stopcontact —

Controleer of er stroom uit het stopcontact komt, door er een ander apparaat, zoals een lamp, op aan te sluiten.

Controleer of Windows de printer herkent —

  1. Klik op Start ® Configuratiescherm® Hardware en geluiden® Printers.

  2. Rechtsklik op het printerpictogram.

  3. Klik op Eigenschappen en daarna op het tabblad Poorten. Zorg er bij een parallele printer voor dat de instelling voor Afdrukken naar de volgende poort(en): LPT1 (Printerpoort) is. Zorg er bij een USB-printer voor dat de instelling voor Afdrukken naar de volgende poort(en): USB is.

Installeer het printerstuurprogramma opnieuw —

Raadpleeg de documentatie bij de printer voor instructies.


Scannerproblemen

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.
OPMERKING: Als u technische ondersteuning voor uw scanner nodig hebt, moet u contact opnemen met de scannerfabrikant.

Raadpleeg de documentatie bij de scanner —

Raadpleeg de documentatie bij de scanner voor installatie- en probleemoplossingsinformatie.

Ontgrendel de scanner —

Zorg ervoor dat uw scanner is ontgrendeld.

Start de computer opnieuw op en probeer opnieuw te werken met de scanner

Controleer de kabelaansluitingen —

  • Raadpleeg de documentatie bij de scanner voor informatie over kabelaansluitingen.

  • Controleer of de scannerkabels goed zijn aangesloten op de scanner en de computer.

Controleer of Microsoft Windows de scanner herkent —

Klik op Start ® Configuratiescherm® Hardware en geluiden® Scanners en camera's. Als uw scanner wordt vermeld, herkent Windows de scanner

Installeer het scannerstuurprogramma opnieuw —

Raadpleeg de documentatie bij de scanner voor instructies.


Problemen met geluid en luidsprekers

Vul de Diagnostische checklist in terwijl u deze controles uitvoert.

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.

Er komt geen geluid uit de geïntegreerde luidsprekers

Stel de Windows-volumeregeling bij —

Dubbelklik op het luidsprekerpictogram in de rechteronderhoek van het scherm. Controleer of het volume omhoog is bijgesteld en dat het geluid niet is gedempt. Stel de volume-, bas- of hogetonenregelaars bij om vervorming ongedaan te maken.

Pas het volume aan met de sneltoetsen op het toetsenbord —

Druk op <Fn><End> om de ingebouwde luidsprekers uit te schakelen (te dempen) of opnieuw in te schakelen.

Installeer het (audio)stuurprogramma opnieuw —

Zie Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren.

Er komt geen geluid uit de externe luidsprekers

Controleer of de subwoofer en de luidsprekers zijn ingeschakeld —

Raadpleeg het installatiediagram dat bij de luidsprekers is geleverd. Als uw luidsprekers zijn voorzien van volumeregelaars, moet u het volume, de bastonen of de hoge tonen bijstellen om vervorming ongedaan te maken.

Stel de Windows-volumeregeling bij —

Klik of dubbelklik op het luidsprekerpictogram in de rechteronderhoek van het scherm. Controleer of het volume omhoog is bijgesteld en dat het geluid niet is gedempt.

Maak de hoofdtelefoon los van de hoofdtelefoonconnector —

Het geluid uit de luidsprekers wordt automatisch uitgeschakeld wanneer er een hoofdtelefoon wordt aangesloten op de hoofdtelefoonconnector.

Test het stopcontact —

Controleer of er stroom uit het stopcontact komt, door er een ander apparaat, zoals een lamp, op aan te sluiten.

Hef mogelijke interferentie op —

Schakel ventilatoren, tl-lampen of halogeenlampen in de buurt uit om te controleren of er sprake is van interferentie.

Installeer het audiostuurprogramma opnieuw —

Zie Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren.

Voer Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit —

Zie Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek).

OPMERKING: De volumeregeling in sommige MP3-spelers neemt voorrang op de Windows-volume-instelling. Als u naar MP3-songs hebt geluisterd, moet u controleren of u het volume van de speler niet omlaag hebt gebracht of hebt uitgeschakeld.

Er komt geen geluid uit de hoofdtelefoon

Controleer de kabelaansluiting van de hoofdtelefoon —

Controleer of de kabel van de hoofdtelefoon stevig in de hoofdtelefoonconnector is gestoken (zie Achteraanzicht).

Stel de Windows-volumeregeling bij —

Klik of dubbelklik op het luidsprekerpictogram in de rechteronderhoek van het scherm. Controleer of het volume omhoog is bijgesteld en dat het geluid niet is gedempt.


Problemen met de afstandsbediening

De toepassing reageert niet op de afstandsbediening binnen het opgegeven maximale bereik

  • Controleer of de batterij goed is geplaatst met de "+" aan de bovenkant. Controleer ook of de batterij niet bijna leeg is.

  • Richt de afstandsbediening op de ontvanger. De ontvanger bevindt zich onder de touchpad van de computer.

  • Breng de afstandsbediening dichter bij de computer.

De afstandsbediening zit vast in de sleuf

Controleer of u de afstandsbediening niet verkeerd in een niet-Express-kaartsleuf hebt gestoken. Neem contact op met de technische ondersteuning van Dell voor verwijderingsinstructies.


Problemen met de touchpad of met de muis

Controleer de instellingen van de touchpad —

  1. Klik op Start ® Configuratiescherm® Hardware en geluiden® Muis.

  2. Wijzig de instellingen, indien nodig.

Controleer de muiskabel —

Schakel de computer uit, ontkoppel de muiskabel, controleer deze op beschadigingen en sluit de kabel daarna goed aan.

Als u een muisverlengkabel gebruikt, moet u deze ontkoppelen en de muis rechtstreeks op de computer aansluiten.

Om te controleren dat het probleem aan de muis ligt, moet u de touchpad controleren —

  1. Sluit de computer af.

  2. Ontkoppel de muis.

  3. Schakel de computer in.

  4. Gebruik op het -bureaublad de touchpad om de cursor rond te bewegen, selecteer een pictogram en open dit.

Als de touchpad goed werkt, is mogelijk de muis defect.

Controleer de instellingen van het System Setup-programma —

Controleer of het System Setup-programma het juiste apparaat voor de optie Aanwijsapparaat vermeldt (de computer herkent USB-muizen automatisch zonder instellingen te wijzigen).

Test de muiscontroller —

Voor het testen van de muiscontroller (die de beweging van de aanwijzer regelt) en de werking van de touchpad of de muisknoppen, voert u de Mouse-test (muistest) uit in de testgroep Pointing Devices (aanwijsapparaten) in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek).

Installeer het touchpad-stuurprogramma opnieuw —

Zie Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren.


Video- en beeldschermproblemen

Vul de Diagnostische checklist in terwijl u deze controles uitvoert.

WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.

Als het beeldscherm leeg is

OPMERKING: Als u een programma gebruikt dat een hogere resolutie vereist dan uw computer ondersteund, is het raadzaam om een externe monitor op uw computer aan te sluiten.

Controleer de batterij —

Als u een batterij gebruikt om uw computer van stroom te voorzien, is mogelijk de batterij leeg. Sluit de computer met behulp van de netadapter aan op een stopcontact en schakel de computer in.

Test het stopcontact —

Controleer of er stroom uit het stopcontact komt, door er een ander apparaat, zoals een lamp, op aan te sluiten.

Controleer de netadapter —

Controleer de aansluitingen van de netadapterkabel. Als er een lampje op de netadapter zit, moet u controleren of dat brandt.

Steek de stekker van de computer rechtstreeks in het stopcontact —

Omzeil voedingsbeschermingsapparaten, contactdozen en verlengkabels om te controleren of de computer aangaat.

De voedingseigenschappen aanpassen —

Zoek op het trefwoord slaapstand in Windows Help en ondersteuning.

Verplaats het videobeeld —

Als er een externe monitor op uw computer is aangesloten, drukt u op <Fn><F8> om het videobeeld daarnaar te verplaatsen.

Als heb beeldscherm slecht leesbaar is

Stel de helderheid bij —

Druk op <Fn> en de omhoog- en omlaagtoetsen.

Zet de externe subwoofer verder van de computer of monitor vandaan —

Als uw externe luidsprekersysteem is voorzien van een subwoofer, moet u ervoor zorgen dat de subwoofer zich minimaal op een afstand van 60 cm van de computer of externe monitor bevindt.

Hef mogelijke interferentie op —

Schakel ventilatoren, tl-lampen, halogeenlampen en andere apparaten in de buurt uit.

Draai de computer in een andere richting —

Haal de monitor uit direct zonlicht, omdat dat kan leiden tot een slechte beeldkwaliteit.

Pas de Windows-beeldscherminstellingen aan —

  1. Klik op Start ® Configuratiescherm® Vormgeving aan persoonlijke voorkeur aanpassen® Persoonlijke instellingen® Beeldscherminstellingen.

  2. Klik op het gedeelte dat u wilt wijzigen of klik op het pictogram Beeldscherm.

Probeer de verschillende instellingen uit voor Resolutie en Hoeveelheid kleuren.

Voer de diagnostische tests voor videospelers uit —

Als er geen foutbericht wordt weergegeven en u nog steeds een weergaveprobleem hebt, terwijl het beeldscherm niet helemaal leeg is, voer dan de apparaatgroep Video uit in Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) en neem contact op met Dell (zie Contact opnemen met Dell).

Zie "Foutberichten" —

Als er een foutbericht verschijnt, gaat u naar Foutberichten.

Als alleen een gedeelte van het beeldscherm leesbaar is

Sluit een externe monitor aan —

  1. Schakel de computer uit en sluit er een externe monitor op aan.

  2. Zet de computer en de monitor aan en stel de helderheids- en contrastregelaars van de monitor bij.

Als de externe monitor wel goed werkt, is mogelijk het beeldscherm of de videocontroller van de computer defect. Neem contact op met Dell (zie Contact opnemen met Dell).


Stuurprogramma's

Wat is een stuurprogramma?

Een stuurprogramma is een programma dat een apparaat zoals een printer, muis of toetsenbord beheert. Voor alle apparaten is een stuurprogramma nodig.

Een stuurprogramma fungeert als een vertaler tussen het apparaat en alle programma's die dat apparaat gebruiken. Elk apparaat beschikt over een eigen reeks speciale opdrachten die alleen door het bijbehorende stuurprogramma worden herkend.

Dell verzendt uw computer naar u met alle vereiste stuurprogramma's reeds geïnstalleerd; er is geen verdere installatie of configuratie nodig.

KENNISGEVING: De Drivers and Utilities media bevatten mogelijk stuurprogramma's voor besturingssystemen die niet op uw computer staan. Zorg ervoor dat u de voor uw besturingssysteem geschikte software installeert.

Veel stuurprogramma's, zoals het toetsenbordstuurprogramma zijn geleverd bij uw Microsoft® Windows®-besturingssysteem. Mogelijk moet u stuurprogramma's installeren wanneer u:

  • Uw besturingssysteem upgradet;

  • Uw besturingssysteem opnieuw installeert;

  • Een nieuw apparaat aansluit of installeert.

Stuurprogramma's identificeren

Als u problemen ondervindt met een apparaat, moet u proberen te achterhalen of het stuurprogramma de bron daarvan is en, indien nodig, het stuurprogramma bijwerken.

  1. Klik op de knop Start en rechtsklik op Computer.

  2. Klik op Eigenschappen® Apparaatbeheer.

OPMERKING: Het venster Gebruikersaccountbeheer kan verschijnen. Als u een beheerder op de computer bent, klikt u op Doorgaan; anders neemt u contact op met de beheerder om door te gaan.

Schuif naar beneden in de lijst en zoek naar een uitroepteken (een rondje met een [!]) naast de apparaatnaam. Als er een uitroepteken naast de apparaatnaam staat, moet u mogelijk het stuurprogramma opnieuw installeren of een nieuw stuurprogramma installeren (zie Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren).

Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren

KENNISGEVING: De Dell Support-website op support.dell.com en de Drivers and Utilities media bieden goedgekeurde stuurprogramma's voor Dell-computers. Als u stuurprogramma's installeert die afkomstig zijn van een andere bron, loopt u het risico dat uw computer niet meer goed functioneert.

Windows Vorig stuurprogramma gebruiken

Als er een probleem optreedt op uw computer nadat u een stuurprogramma hebt geïnstalleerd of bijgewerkt, moet u Windows Vorig stuurprogramma gebruiken om het stuurprogramma te vervangen door de eerder geïnstalleerde versie.

  1. Klik op de knop Start en rechtsklik op Computer.

  2. Klik op Eigenschappen en daarna op Apparaatbeheer.

OPMERKING: Het venster Gebruikersaccountbeheer kan verschijnen. Als u een beheerder op de computer bent, klikt u op Doorgaan; anders neemt u contact op met de beheerder om Apparaatbeheer te openen.
  1. Klik met de rechtermuisknop op het apparaat waarvoor het nieuwe stuurprogramma werd geïnstalleerd en klik op Eigenschappen.

  2. Klik op het tabblad Stuurprogramma's en daarna op Vorig stuurprogramma.

Als met Vorig stuurprogramma het probleem niet wordt opgelost, moet u Systeemherstel gebruiken (zie Het Microsoft® Windows Vista®-besturingssysteem herstellen) om de computer terug te zetten naar de toestand waarin deze verkeerde voordat u het nieuwe stuurprogramma installeerde.

De Drivers and Utilities media gebruiken

Als met Vorig stuurprogramma of Systeemherstel (zie Het Microsoft® Windows Vista®-besturingssysteem herstellen) het probleem niet wordt opgelost, moet u het stuurprogramma opnieuw installeren vanaf de Drivers and Utilities media.

  1. Plaats de Drivers and Utilities media met het Windows-bureaublad zichtbaar.

Als u de Drivers and Utilities media nu voor het eerst gebruikt, gaat u verder naar stap 2. Zo niet, dan gaat u naar stap 5.

  1. Wanneer het installatieprogramma Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) start, volgt u de berichten op het scherm.

OPMERKING: In de meeste gevallen wordt het programma Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) automatisch gestart. Als dit niet het geval is, start u Windows Explorer, dubbelklikt u op het mediastation om de media-inhoud weer te geven en dubbelklikt u op het bestand autorcd.exe.
  1. Wanneer het venster InstallShield Wizard Complete (De wizard InstallShield is voltooid) verschijnt, verwijdert u de schijf Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) en klikt u op Voltooien om de computer opnieuw op te starten.

  2. Wanneer het Windows-bureaublad weer zichtbaar is, plaatst u de schijf Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) weer terug.

  3. In het scherm Welcome Dell System Owner (Welkom eigenaar Dell- systeem) klikt u op Next (volgende).

OPMERKING: Het programma Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) geeft alleen stuurprogramma's weer voor de hardware die al in de computer is geïnstalleerd. Als u zelf extra hardware hebt geïnstalleerd, worden de stuurprogramma's van de nieuwe hardware mogelijk niet weergegeven. Als die stuurprogramma's niet worden weergegeven, sluit u het programma Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) af. Zie de documentatie die met het apparaat is meegeleverd voor meer informatie over stuurprogramma's.

Er verschijnt een bericht dat het programma Drivers and Utilities (stuur- en hulpprogramma's) bezig is met het opsporen van hardware in uw computer.

De stuurprogramma's die door uw computer worden gebruikt, worden automatisch weergegeven in het venster My Drivers—The ResourceCD has identified these components in your system (Mijn stuurprogramma's—De ResourceCD heeft deze componenten in het systeem geïdentificeerd).

  1. Klik op het stuurprogramma dat u opnieuw wilt installeren en volg de instructies op het scherm.

Als een bepaald stuurprogramma niet in de lijst staat, is dit niet door het besturingssysteem vereist.

Handmatig stuurprogramma's opnieuw installeren

OPMERKING: Als uw computer over een consumenten-IR-poort beschikt en u een consumenten-IR-stuurprogramma opnieuw aan het installeren bent, moet u deze poort in het System Setup-programma inschakelen (zie Het System Setup-programma gebruiken) voordat u verder gaat met de installatie van het stuurprogramma (zie Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren). Zie voor informatie over de onderdelen die op uw computer zijn geïnstalleerd Vooraanzicht.
  1. Nadat u de stuurprogrammabestanden hebt uitgepakt naar uw vaste schijf op de manier die in de vorige sectie is beschreven, klikt u op Start en klikt u met de rechtermuisknop op Computer.

  2. Klik op Eigenschappen® Apparaatbeheer.

OPMERKING: Het venster Gebruikersaccountbeheer kan verschijnen. Als u een beheerder op de computer bent, klikt u op Doorgaan; anders neemt u contact op met de beheerder om Apparaatbeheer te openen.
  1. Dubbelklik op het type apparaat waarvoor u het stuurprogramma installeert (bijvoorbeeld Modems of Infraroodapparaten).

  2. Dubbelklik op de naam van het apparaat waarvoor u het stuurprogramma installeert.

  3. Klik op het tabblad Stuurprogramma en klik op Stuurprogramma bijwerken.

  4. Klik op Bladeren en blader naar de locatie waarnaar u de stuurprogrammabestanden hebt gekopieerd.

  5. Selecteer de naam van het juiste stuurprogramma en klik op OK en Volgende.

  6. Klik op Voltooien en start de computer opnieuw op.


Problemen met software en hardware onder het besturingssysteem Windows Vista® oplossen

Als een apparaat niet wordt ontdekt tijdens het installeren van het besturingssysteem of wel wordt ontdekt maar verkeerd is geconfigureerd, kunt u Windows Vista Help and Support (Help en ondersteuning van Windows Vista) gebruiken om de incompatibiliteit op te lossen.

OPMERKING: Windows Vista® s een nieuw besturingssysteem, dus mogelijk zijn er voor bepaalde apparaten nog geen stuurprogramma's of toepassingen beschikbaar. Neem contact op met de hardwarefabrikant voor informatie over ondersteuning voor Windows Vista voor uw apparaat.

De Probleemoplosser voor hardware starten:

  1. Klik op Start ® Help en ondersteuning.

  2. Klik in het gedeelte Zoeken naar antwoorden op Problemen oplossen.

OF

Typ probleemoplosser voor hardware in het zoekveld en druk op <Enter>.

  1. Selecteer in de zoekresultaten de optie die het probleem het beste omschrijft en volg de stappen voor probleemoplossing.

OPMERKING: Als u geen antwoord vindt in de items in Problemen oplossen, kunt u online Help weergeven door uw vraag te typen in het veld Zoeken in Help boven aan in het venster.

Het Microsoft® Windows Vista®-besturingssysteem herstellen

U kunt uw Windows Vista-besturingssysteem op de volgende manieren herstellen:

  • Windows Vista heeft een Back-upcentrum waarmee u back-ups van belangrijke bestanden op de computer of een back-up van de hele vaste schijf kunt maken. U kunt dan uw besturingssysteem of bestanden terugzetten wanneer dat nodig is.

  • Microsoft Windows Systeemherstel brengt uw vaste schijf terug naar een oudere toestand zonder verlies van persoonlijke gegevensbestanden. Gebruik Systeemherstel als de eerste oplossing voor het herstellen van uw besturingssysteem en het behouden van gegevensbestanden. Zie Windows Vista Systeemherstel gebruiken voor instructies.

  • Dell Factory Image Restore zet uw vaste schijf terug naar de toestand waarin deze verkeerde toen u de computer kocht. Met Dell Factory Image Restore worden alle gegevens op de vaste schijf verwijderd, evenals alle toepassingen die werden geïnstalleerd nadat u de computer ontving. Gebruik Factory Image Restore alleen als met Systeemherstel het probleem met uw besturingssysteem niet werd opgelost.

  • Als u een cd met het besturingssysteem met de computer meegeleverd hebt gekregen, kunt u deze gebruiken om het besturingssysteem te herstellen. Met de cd met het besturingssysteem worden echter ook alle gegevens op de vaste schijf verwijderd. Gebruik de cd alleen als met Systeemherstel het probleem met uw besturingssysteem niet werd opgelost.

Windows Vista Systeemherstel gebruiken

Het besturingssysteem Windows Vista biedt Systeemherstel, waarmee u uw computer kunt terugzetten naar een oudere toestand (zonder dat er gegevensbestanden worden verwijderd) als wijzigingen van de hardware, software of andere systeeminstellingen de computer in een ongewenste toestand hebben gebracht. Zie Help en ondersteuning van Windows voor informatie over het gebruik van Systeemherstel.

U opent Help en ondersteuning van Windows door te klikken op Start ® Help en ondersteuning.

KENNISGEVING: Maak regelmatig een reservekopie van uw gegevensbestanden. Systeemherstel controleert uw gegevensbestanden niet en herstelt ze ook niet.
OPMERKING: De procedures in dit document zijn geschreven voor de standaardweergave van Windows, dus mogelijk zijn ze niet van toepassing als u de klassieke weergave van Windows op uw Dell-computer hebt ingesteld.

Een herstelpunt maken

Vanuit het Back-upcentrum in Windows Vista kunt u automatisch of handmatig een herstelpunt maken. U opent als volgt het Back-upcentrum in Windows Vista:

  • Klik op Start ® Introductiecentrum. Klik in het gedeelte Aan de slag met Windows op Alle 14 items weergeven...® Back-upcentrum.

  • Klik op Start ® Alle programma's® Onderhoud® Back-upcentrum. Klik onder Taken op Een herstelpunt maken of instellingen wijzigen.

Voor meer informatie:

  1. Klik op Start ® Help en ondersteuning.

  2. Typ Systeemherstel in het zoekveld en druk op <Enter>.

De computer terugzetten in een eerdere status

Als er problemen optreden nadat u een apparaatstuurprogramma hebt geïnstalleerd, moet u deze met Vorig stuurprogramma (zie Windows Vorig stuurprogramma gebruiken) oplossen. Als met  Vorig stuurprogramma het probleem niet wordt opgelost, moet u Systeemherstel gebruiken.

KENNISGEVING: Bewaar en sluit alvorens de computer naar een eerdere toestand terug te zetten alle geopende bestanden, en sluit alle actieve programma's af. Het is pas mogelijk om bestanden of programma's te bewerken, te openen of te verwijderen nadat de herstelbewerking is voltooid.
  1. Klik op Start ® Configuratiescherm® Systeem en onderhoud® Back-upcentrum.

  2. Klik in de lijst Taken op Windows herstellen met behulp van Systeemherstel.

  3. Klik op Doorgaan in het dialoogvenster Gebruikersaccountbeheer (UAC), waarin om uw toestemming wordt gevraagd om de toepassing uit te voeren.

  4. Klik op Volgende in het venster Systeemherstel om de recentste herstelpunten in chronologische volgorde weer te geven.

  5. Schakel het selectievakje Herstelpunten ouder dan 5 dagen weergeven om de volledige lijst van herstelpunten weer te geven.

  6. Selecteer een herstelpunt. Probeer vanaf het recentste herstelpunt te herstellen. Als hiermee het probleem niet wordt opgelost,  probeert u de voorgaande herstelpunten totdat het probleem is verholpen. Alle software die na het geselecteerde herstelpunt is geïnstalleerd, moet opnieuw worden geïnstalleerd.

  7. Klik op Volgende® Voltooien.

  8. Wanneer u hiernaar wordt gevraagd, klikt u op Yes (ja).

  9. Wanneer Systeemherstel de gegevens heeft verzameld, wordt de computer opnieuw opgestart.

  10. Wanneer de computer opnieuw is opgestart, klikt u op OK.

Om het herstelpunt te wijzigen, kunt u bovenstaande stappen met een ander herstelpunt herhalen of de herstelbewerking ongedaan maken.

Als er foutberichten verschijnen tijdens het herstellen, beantwoordt u de vragen op het scherm om de fout te corrigeren.

Het laatste systeemherstel ongedaan maken

KENNISGEVING: Bewaar en sluit alvorens het laatste systeemherstel ongedaan te maken alle geopende bestanden, en sluit alle actieve programma's af. Wijzig, open en verwijder geen bestanden of programma's voordat het systeemherstel voltooid is.
  1. Klik op Start ® Help en ondersteuning.

  2. Typ Systeemherstel in het zoekveld en druk op <Enter>.

  3. Klik op De laatste herstelbewerking ongedaan maken en daarna op Volgende.

De computer terugzetten naar de standaard fabrieksconfiguratie

Met de optie Dell Factory Image Restore kunt u de vaste schijf terugzetten naar de oorspronkelijke fabrieksconfiguratie die de computer had toen u deze bij Dell kocht. Deze optie is alleen aanwezig op Dell-computers waarop Windows Vista® is voorgeïnstalleerd en niet op computers die via de Express Upgrade-aanbieding zijn besteld of computers die zijn bijgewerkt naar Windows Vista en waarop een oudere versie van het Windows®-besturingssysteem was geïnstalleerd.

KENNISGEVING: Wanneer u de computer terugzet naar de standaard fabrieksconfiguratie, worden alle gegevens op de vaste schijf gewist. Maak een back-up van uw persoonlijke bestanden voordat u deze procedure uitvoert. Als u geen back-up van uw persoonlijke bestanden maakt, gaan alle gegevens verloren.
  1. Start de computer opnieuw op. Dit doet u door te klikken op Start ® ® Opnieuw opstarten.

  2. Druk op <F8> terwijl de computer opnieuw wordt opgestart totdat het menu Advanced Boot Options (geavanceerde opstartopties) op het scherm verschijnt.

OPMERKING: U moet op de toets <F8> drukken voordat het Windows-logo op het scherm verschijnt. Als u op <F8> drukt nadat het Windows-logo op het scherm is verschenen, verschijnt het menu Advanced Boot Options (geavanceerde opstartopties) niet op het scherm. Als het menu Advanced Boot Options (geavanceerde opstartopties) niet verschijnt, start u de computer opnieuw op en herhaalt u deze stap totdat het menu op het scherm verschijnt.
  1. Druk op de <pijl omlaag> om Repair Your Computer (uw computer repareren) te selecteren in het menu Advanced Boot Options (geavanceerde opstartopties) en druk daarna op <Enter>.

  2. Geef de gewenste taalinstellingen op en klik daarna op Volgende.

  3. Log in als gebruiker met beheerdersrechten en klik daarna op OK.

  4. Klik op Dell Factory Image Restore.

  5. Klik in het venster Dell Factory Image Restore op Volgende.

  6. Schakel het selectievakje Yes, reformat hard drive and restore system software to factory condition (ja, vaste-schijf opnieuw formatteren en systeemsoftware terugzetten naar fabriekstoestand) in.

  7. Klik op Next (volgende). De computer is teruggezet naar de standaard fabrieksconfiguratie.

  8. Wanneer de herstelbewerking is voltooid, klikt u op Voltooien om de computer opnieuw op te starten.

Het medium met het besturingssysteem gebruiken

Voordat u begint

Als u van plan bent om het Windows-besturingssysteem opnieuw te installeren om een probleem met een pas geïnstalleerd stuurprogramma te verhelpen, moet u eerst Windows Vorig stuurprogramma gebruiken (zie Windows Vorig stuurprogramma gebruiken). Als met  Vorig stuurprogramma het probleem niet wordt opgelost, moet u Systeemherstel gebruiken om de computer terug te zetten naar de toestand waarin deze verkeerde voordat u het nieuwe stuurprogramma installeerde (zie Windows Vista Systeemherstel gebruiken).

KENNISGEVING: Maak voordat u met de installatie begint back-ups van al uw gegevensbestanden op de primaire vaste schijf. Bij normale configuraties is de primaire vaste schijf de eerste schijf die de computer detecteert.

Voor het opnieuw installeren van Windows hebt u het volgende nodig:

  • Het Dell-medium Operating System

  • Dell Drivers and Utilities media

OPMERKING: De Drivers and Utilities media bevatten de stuurprogramma's die werden geïnstalleerd tijdens het assembleren van de computer. Gebruik de Drivers and Utilities media om alle vereiste stuurprogramma's te laden, inclusief de stuurprogramma's die vereist zijn als uw computer over een RAID-controller beschikt.

Windows Vista opnieuw installeren

Het installatieproces kan één tot twee uur in beslag nemen. Nadat u het besturingssysteem opnieuw hebt geïnstalleerd, moet u ook de apparaatstuurprogramma's, anti-virusprogramma's en andere software opnieuw installeren.

KENNISGEVING: Het medium Operating System biedt opties voor het opnieuw installeren van Windows. Met deze opties kunnen bestanden worden overschreven en programma's worden aangetast die op de vaste schijf staan. Daarom moet u Windows alleen opnieuw installeren als een medewerker van de technische ondersteuning van Dell u vraagt dit te doen.
  1. Voordat u begint, moet u alle geopende bestanden opslaan en sluiten, en alle actieve programma's afsluiten.

  2. Plaats het medium Operating System.

  3. Klik op Afsluiten als het bericht Windows installeren verschijnt.

  4. Start de computer opnieuw op.

Wanneer het DELL-logo verschijnt, drukt u direct op <F12>.

OPMERKING: Als u te lang wacht en het logo van het besturingssysteem wordt weergegeven, moet u blijven wachten tot het bureaublad van Microsoft Windows wordt weergegeven. Daarna sluit u de computer af en probeert u het opnieuw.
OPMERKING: Met de volgende stappen wordt de opstartvolgorde eenmalig gewijzigd. De volgende keer zal de computer opstarten volgens de volgorde van apparaten die in System Setup is aangegeven.
  1. Wanneer de lijst met opstartbronnen verschijnt, markeert u het cd/dvd/cd-rw-station en drukt u op <Enter>.

  2. Druk op een willekeurige toets om Boot from CD-ROM (opstarten vanaf cd-rom) te selecteren.

  3. Volg de instructies op het scherm om de installatie te voltooien.

OPMERKING: Het is niet mogelijk Dell MediaDirect opnieuw te installeren als u de vaste schijf vrijwillig opnieuw formatteert. U hebt de installatiesoftware nodig om de toepassing opnieuw te installeren. Zie Contact opnemen met Dell.

Terug naar inhoudsopgave

 

Laptops | Desktops | Business Laptops | Business Desktops | Workstations | Servers | Storage | Monitors | Printers | LCD TVs | Electronics
© 2009 Dell | About Dell | Terms of Sale | Unresolved Issues | Privacy | About Our Ads | Dell Recycling | Contact | Site Map | Feedback
AT | AU | BE | BR | CA | CH | CL | CN | CO | DE | DK | ES | FR | HK | IE | IN | IT | JP | KR | ME | MX | MY | NL | NO | PA | PR | RU | SE | SG | UK | VE | ALL

snEB14